Eerste lichting van stellingen voor www.95stellingen.nl

 

 

Introductie

 

Stelling A1

Omdat de kerk het eigendom van de Here Jezus is, die Hij verkregen heeft door Zijn Zelfovergave, heeft Hij – maar dan ook alleen Hij – alles over haar te zeggen.

 

Stelling A2

De Here Jezus zegt: “U bent mijn vrienden, indien u doet, wat ik u gebied” (Johannes 15: 14) en: “Indien iemand Mij liefheeft zal hij mijn woord bewaren” (Johannes 14: 23). Wie in de kerk (en daarbuiten) het woord van de Here Jezus niet bewaart, heeft Hem niet lief.

 

Stelling A3

Jezus Christus is het Woord van God. Daarom weet iedereen die de Bijbel open doet wat Christus tot en over Zijn kerk te zeggen heeft.

 

Stelling A4

Als de Bijbel voor ons op bepaalde plaatsen onduidelijk is, dan ligt dat niet aan de Bijbel, maar enerzijds aan onze zondige aard en anderzijds aan de beperktheid van ons verstand.

 

Prediking

 

Stelling B1

Het Evangelie van het kruis is voor Joden een aanstoot, voor Grieken een ergernis, voor modernen irrationeel en voor postmodernen te absoluut.

 

Stelling B2

Prediking is de verkondiging van wat God op een bepaalde tijd en plaats tot zijn volk heeft te zeggen. De term ‘actuele prediking’ is daarom zowel een dubbelzegging als een opdracht van levensbelang.

 

Stelling B3

Het wezen van prediking is uitleg van Gods Woord met daaraan gekoppeld de oproep uit 2 Corinthiërs 5: 20 en 21. Daarom is de term “narratieve (verhalende) prediking” een innerlijke tegenstelling.

 

Stelling B4

Christus’ gebruik van gelijkenissen en raadselspreuken was geen voorbeeldige aanpassing aan de tijdgeest, maar een oordeel over afkerigheid en ongeloof (Mattheüs 13: 10-17).

 

Stelling B5

Ook christenen in de 21e eeuw moeten niet wijzer willen zijn dan God, die Zijn christenen niet door stomme beelden (zoals posters, toneel en voorwerpen tijdens de preek), maar door de levende verkondiging van Zijn Woord wil laten onderwijzen (vraag & antwoord 98 HC).

 

Stelling B6

Als alle toehoorders beseffen dat het Gods bijzondere zorg voor ons is, dat Hij tot ons spreekt door de dienst van gewone mensen, wordt veel onterechte kritiek op de preken uitgebannen.

 

Stelling B7

Als elke predikant steeds beseft dat hij preekt, niet vanwege zijn waardigheid of inzicht, maar slechts in Gods opdracht, zou hij veel terechte kritiek op de preken uitbannen.

 

Stelling B8

De prediking moet ook toerusting zijn en moet daarom de gelovigen ook onderwijzen in het zelfstandig leren argumenteren vanuit de Bijbel. Exegese hoort thuis op de kansel en is geen keukengeheim van de theologen.

 

Liturgie

 

Stelling C1

De ware eredienst wordt niet gekenmerkt door aanpassing aan de eigen tijd en cultuur, maar eerder door een radicale tegenstelling daarmee.

 

Stelling C2

Paulus waarneming in I Korintiers 14: 26 (“Telkens als gij samenkomt, heeft ieder iets”) is geen voorschrift ter navolging, maar aanleiding tot correctie: “twee, ten hoogste drie” (14: 27 en 29). De gereformeerde praktijk met meestal één voorganger verdraagt zich hier goed mee.

 

Stelling C3

De ontwerpers van de gereformeerde liturgie die de zegen als laatste onderdeel in de liturgie plaatsten, gaven daarmee aan God het laatste woord in de kerkdienst. Zij vertoonden daarin meer stijl en fijngevoeligheid dan hen die daarna nog de gemeente ‘amen’ willen laten zeggen of zingen.

 

 

 

Liederen

 

Stelling D1

Als de Gereformeerde Kerken gekenmerkt werden door de houding van de Joden in Beréa (Handelingen 17: 11), zou het Liedboek voor de Kerken niet geïntroduceerd zijn.

 

Stelling D2

Kerkliederen die ‘ook bijbels geïnterpreteerd kunnen worden’ selecteren voor de eredienst is zoiets als waardeloze cadeaus meenemen naar een schitterend feest.

 

Stelling D3

De “grote schat aan liederen uit de kerk der eeuwen” bestaat nauwelijks: om taalkundige redenen is deze vrijwel beperkt tot het nederlands na 1800; na aftrek van slechte kwaliteit, vrijzinnigheid, subjectivisme en andere dwaling, blijft er maar weinig keus over.

 

Stelling D4

Beter met een volksmelodie God met Zijn Woord prijzen, dan met een prelude je eigen dichterlijke vrijheid opeisen.

 

Kinderen

 

Stelling E1

In de kerkdienst zoekt God zijn volk. Er mag geen dienst naast deze dienst zijn, ook geen kindernevendienst.

 

Stelling E2

Leren luisteren bevordert het concentratievermogen en het taalbegrip. Door te luisteren leren kinderen het eigen belang opzij zetten, eerbiedig te zijn en zich te beheersen.

 

Stelling E3

Ook voor kinderen geldt vraag en antwoord 65 van de Heidelbergse Catechismus. Daarom krijgen ze stenen voor brood als ze met een kindernevendienst worden afgescheept.

 

Stelling E4

Dat de kinderen een behoorlijk deel van de preek niet begrijpen, hoeft niet te betekenen dat zij niet in de eredienst thuis horen. Paulus wist ook dat er kinderen in de kerk waren (gezien het feit dat hij hen direct aanspreekt: Efeze 6: 1 en Kolossenzen 3: 20) en toch zijn zijn brieven niet bepaald van kinderlijk niveau. Paulus’ ideaal was niet om zijn hoorders melk voor te zetten (1 Korinthiërs 3: 1 en 2).

 

Stelling E5

De meeste diensten zijn kindernevendiensten.

 

Rustdag

 

Stelling F1

Er staat weliswaar in de wet van de HERE: “zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen, maar de zevende dag is de sabbat van de HERE, uw God; dan zult gij géén werk doen”. Maar volgens de Synode van Zuidhorn mag je ook gewoon wèl werk doen op de rustdag.

 

Stelling F2

De ‘ontdekking’ van de synode in Zuidhorn dat je op zondag gewoon de bakkerij kunt laten doordraaien, omdat er altijd al twee meningen zijn geweest over de zondagsrust, is geen ontdekking maar zondige afval en eigenzinnige godsdienst.

 

Stelling F3

Wie speelt met de wet, verspeelt het Evangelie.

 

Stelling F4

Wie de kleine geboden niet eert, is het grote gebod niet weert.

 

Stelling F5

Wie Exodus 20: 11 als een latere toevoeging van Mozes afdoet, speelt een spelletje met het geboomte van het leven (Openbaring 22: 19).

 

Echtscheiding

 

Stelling G1

Situaties van echtscheiding en/of hertrouwen die in het licht van het onderwijs van Jezus niet goed zijn, zijn volgens de synode alleen kerkelijk censuurabel wanneer we daartoe ook de vrijmoedigheid hebben. Christus Zelf geeft deze uitzondering echter niet in zijn onderwijs aan de discipelen.

 

Stelling G2

Onder bepaalde omstandigheden lijkt het deputaten niet juist om een echtscheiding zonder meer “onder de wet te plaatsen”. Gods gebod daarentegen is heel duidelijk: wat God heeft samengevoegd, dat mag de mens niet scheiden.

 

 

Kerkelijk leven

 

Stelling H1

Elke ambtsdrager die artikel 55 KO serieus neemt, heeft aan het Nederlands Dagblad een dagtaak.

 

Stelling H2

De Geest doorbreekt de grenzen die door mensen zijn gemaakt, maar te vaak doorbreken mensen de grenzen die door de Geest zijn gemaakt.

 

Stelling H3

Ook als een predikant onder een schuilnaam twijfels publiceert, komt hij in strijd met zijn ondertekeningsformulier.

 

Gods voorzienigheid

 

Stelling I1

Gods voorzienigheid is de kracht van God waardoor Hij alle dingen zó leidt dat de uitverkorenen de hemelse heerlijkheid bereiken.

 

Stelling I2

Wie de moeiten waarmee gelovige mensen geconfronteerd worden allereerst wijt aan het werk van de Satan, doet tekort aan Gods voorzienigheid.

 

Kerk en wereld

 

Stelling J1

Levende vissen zwemmen tegen de stroom in, dode vissen drijven met de stroom mee.