Omdat de kerk het eigendom van de Here Jezus is, die Hij
verkregen heeft door Zijn Zelfovergave, heeft Hij – maar dan ook alleen Hij –
alles over haar te zeggen.
Stelling A2
De Here Jezus zegt: “U bent mijn vrienden, indien u doet,
wat ik u gebied” (Johannes 15: 14) en: “Indien iemand Mij liefheeft zal hij
mijn woord bewaren” (Johannes 14: 23). Wie in de kerk (en daarbuiten) het woord
van de Here Jezus niet bewaart, heeft Hem niet lief.
Stelling A3
Jezus Christus is het Woord van God. Daarom weet iedereen
die de Bijbel open doet wat Christus tot en over Zijn kerk te zeggen heeft.
Stelling A4
Als de Bijbel voor ons op bepaalde plaatsen onduidelijk is,
dan ligt dat niet aan de Bijbel, maar enerzijds aan onze zondige aard en
anderzijds aan de beperktheid van ons verstand.
Stelling B1
Het Evangelie van het kruis is voor Joden een aanstoot, voor
Grieken een ergernis, voor modernen irrationeel en voor postmodernen te
absoluut.
Stelling B2
Prediking is de verkondiging van wat God op een bepaalde
tijd en plaats tot zijn volk heeft te zeggen. De term ‘actuele prediking’ is
daarom zowel een dubbelzegging als een opdracht van levensbelang.
Stelling B3
Het wezen van prediking is uitleg van Gods Woord met daaraan
gekoppeld de oproep uit 2 Corinthiërs 5: 20 en 21. Daarom is de term
“narratieve (verhalende) prediking” een innerlijke tegenstelling.
Stelling B4
Christus’ gebruik van gelijkenissen en raadselspreuken was
geen voorbeeldige aanpassing aan de tijdgeest, maar een oordeel over
afkerigheid en ongeloof (Mattheüs 13: 10-17).
Stelling B5
Ook christenen in de 21e eeuw moeten niet wijzer
willen zijn dan God, die Zijn christenen niet door stomme beelden (zoals
posters, toneel en voorwerpen tijdens de preek), maar door de levende
verkondiging van Zijn Woord wil laten onderwijzen (vraag & antwoord 98 HC).
Stelling B6
Als alle toehoorders beseffen dat het Gods bijzondere zorg voor
ons is, dat Hij tot ons spreekt door de dienst van gewone mensen, wordt veel
onterechte kritiek op de preken uitgebannen.
Stelling B7
Als elke predikant steeds beseft dat hij preekt, niet
vanwege zijn waardigheid of inzicht, maar slechts in Gods opdracht, zou hij
veel terechte kritiek op de preken uitbannen.
Stelling B8
De prediking moet ook toerusting zijn en moet daarom de
gelovigen ook onderwijzen in het zelfstandig leren argumenteren vanuit de
Bijbel. Exegese hoort thuis op de kansel en is geen keukengeheim van de
theologen.
Stelling C1
De ware eredienst wordt niet gekenmerkt door aanpassing aan
de eigen tijd en cultuur, maar eerder door een radicale tegenstelling daarmee.
Stelling C2
Paulus waarneming in I Korintiers 14: 26 (“Telkens als gij
samenkomt, heeft ieder iets”) is geen voorschrift ter navolging, maar
aanleiding tot correctie: “twee, ten hoogste drie” (14: 27 en 29). De
gereformeerde praktijk met meestal één voorganger verdraagt zich hier goed mee.
Stelling C3
De ontwerpers van de gereformeerde liturgie die de zegen als
laatste onderdeel in de liturgie plaatsten, gaven daarmee aan God het laatste
woord in de kerkdienst. Zij vertoonden daarin meer stijl en fijngevoeligheid
dan hen die daarna nog de gemeente ‘amen’ willen laten zeggen of zingen.
Stelling D1
Als de Gereformeerde Kerken gekenmerkt werden door de
houding van de Joden in Beréa (Handelingen 17: 11), zou het Liedboek voor de
Kerken niet geïntroduceerd zijn.
Stelling D2
Kerkliederen die ‘ook bijbels geïnterpreteerd kunnen worden’
selecteren voor de eredienst is zoiets als waardeloze cadeaus meenemen naar een
schitterend feest.
Stelling D3
De “grote schat aan liederen uit de kerk der eeuwen” bestaat
nauwelijks: om taalkundige redenen is deze vrijwel beperkt tot het nederlands
na 1800; na aftrek van slechte kwaliteit, vrijzinnigheid, subjectivisme en
andere dwaling, blijft er maar weinig keus over.
Stelling D4
Beter met een volksmelodie God met Zijn Woord prijzen, dan
met een prelude je eigen dichterlijke vrijheid opeisen.
Stelling E1
In de kerkdienst zoekt God zijn volk. Er mag geen dienst
naast deze dienst zijn, ook geen kindernevendienst.
Stelling E2
Leren luisteren bevordert het concentratievermogen en het
taalbegrip. Door te luisteren leren kinderen het eigen belang opzij zetten,
eerbiedig te zijn en zich te beheersen.
Stelling E3
Ook voor kinderen geldt vraag en antwoord 65 van de
Heidelbergse Catechismus. Daarom krijgen ze stenen voor brood als ze met een
kindernevendienst worden afgescheept.
Stelling E4
Dat de kinderen een behoorlijk deel van de preek niet
begrijpen, hoeft niet te betekenen dat zij niet in de eredienst thuis horen.
Paulus wist ook dat er kinderen in de kerk waren (gezien het feit dat hij hen
direct aanspreekt: Efeze 6: 1 en Kolossenzen 3: 20) en toch zijn zijn brieven
niet bepaald van kinderlijk niveau. Paulus’ ideaal was niet om zijn hoorders
melk voor te zetten (1 Korinthiërs 3: 1 en 2).
Stelling E5
De meeste diensten zijn kindernevendiensten.
Stelling F1
Er staat weliswaar in de wet van de HERE: “zes dagen zult
gij arbeiden en al uw werk doen, maar de zevende dag is de sabbat van de HERE,
uw God; dan zult gij géén werk doen”. Maar volgens de Synode van Zuidhorn mag
je ook gewoon wèl werk doen op de rustdag.
Stelling F2
De ‘ontdekking’ van de synode in Zuidhorn dat je op zondag
gewoon de bakkerij kunt laten doordraaien, omdat er altijd al twee meningen
zijn geweest over de zondagsrust, is geen ontdekking maar zondige afval en
eigenzinnige godsdienst.
Stelling F3
Wie speelt met de wet, verspeelt het Evangelie.
Stelling F4
Wie de kleine geboden niet eert, is het grote gebod niet
weert.
Stelling F5
Wie Exodus 20: 11 als een latere toevoeging van Mozes
afdoet, speelt een spelletje met het geboomte van het leven (Openbaring 22:
19).
Stelling G1
Situaties van echtscheiding en/of hertrouwen die in het
licht van het onderwijs van Jezus niet goed zijn, zijn volgens de synode alleen
kerkelijk censuurabel wanneer we daartoe ook de vrijmoedigheid hebben. Christus
Zelf geeft deze uitzondering echter niet in zijn onderwijs aan de discipelen.
Stelling G2
Onder bepaalde omstandigheden lijkt het deputaten niet juist
om een echtscheiding zonder meer “onder de wet te plaatsen”. Gods gebod
daarentegen is heel duidelijk: wat God heeft samengevoegd, dat mag de mens niet
scheiden.
Stelling H1
Elke ambtsdrager die artikel 55 KO serieus neemt, heeft aan
het Nederlands Dagblad een dagtaak.
Stelling H2
De Geest doorbreekt de grenzen die door mensen zijn gemaakt,
maar te vaak doorbreken mensen de grenzen die door de Geest zijn gemaakt.
Stelling H3
Ook als een predikant onder een schuilnaam twijfels
publiceert, komt hij in strijd met zijn ondertekeningsformulier.
Stelling I1
Gods voorzienigheid is de kracht van God waardoor Hij alle
dingen zó leidt dat de uitverkorenen de hemelse heerlijkheid bereiken.
Stelling I2
Wie de moeiten waarmee gelovige mensen geconfronteerd worden
allereerst wijt aan het werk van de Satan, doet tekort aan Gods voorzienigheid.
Stelling J1
Levende vissen zwemmen tegen de stroom in, dode vissen
drijven met de stroom mee.