Bas
Godschalk
Kindernevendiensten komen steeds meer aan de orde binnen de
Gereformeerde kerken (vrijgemaakt). Op enkele plaatsen worden
kindernevendiensten gehouden en op andere plaatsten is men er nog over in
discussie. Ook op de stellingen over kindernevendiensten op www.95stellingen.nl
komen veel reacties binnen. De meeste uiten hierin hun onbegrip voor de
afwijzende houding over kindernevendiensten. Ze vragen zich af, wat er nu zo
slecht aan kindernevendiensten is? Door de kinderen apart te nemen en de preek
op hun niveau uit te leggen, snappen ze tenminste wat van de Bijbel en zo leren
ze tenminste ook nog wat. Op het eerste gezicht lijkt er ook wel wat voor te
zeggen. Maar we zullen in dit artikel willen dieper ingaan op de kwestie
kindernevendiensten en laten zien dat er meer komt kijken dan het kind alleen.
Waar gaat het om?
In de discussie over de voors en
tegens van kindernevendiensten is het lastig praten. Er staat immers nergens in
de Bijbel dat kindernevendiensten zijn verboden. Maar daarmee is de discussie
niet gesloten. Er staat namelijk ook niet dat God graag kindernevendiensten
wil. We zullen dus uit het geheel van de Bijbel naar antwoorden moeten zoeken.
En daarbij zullen bepaalde argumenten ook geloofsargumenten zijn. En dat maakt
de discussie niet makkelijker. De vele voor argumenten nemen meestal hun
uitgangspunt in het kind of de mens. Het kind leert meer in de
kindernevendienst, dan van een lange preek. Hoe aannemelijk dit ook mag
klinken, toch willen we nu juist aangeven, dat we het uitgangspunt in Gods
Woord moeten nemen. Niet het kind, maar God staat centraal in de eredienst. We
komen naar Zijn eredienst en moeten die ook naar wil inrichten en houden.
De discussie over
kindernevendiensten is een lastige discussie, omdat gevoelsargumenten vaak heel
logisch klinken. Maar we moeten natuurlijk verder kijken dan ons eigen gevoel.
In dit artikel willen we graag een aantal argumenten aanreiken, om te helpen om
een standpunt te bepalen over de kindernevendiensten. We zullen nu eerst een
korte schets geven, van wat nu een kindernevendienst is.
Wat is nu precies een
kindernevendienst? Heel eenvoudig is dit antwoord niet, omdat elke gemeente
haar eigen invulling aan dit item geeft. Grofweg komt het meestal op het
volgende neer. Tijdens de eredienst wordt op het moment dat de preek gaat
beginnen kinderen weggehaald en in een apart zaaltje ondergebracht. De leeftijd
van de kinderen is vaak tussen de 5 en 8 jaar, maar ook tot 12 jaar komt voor.
In het aparte zaaltje verteld iemand een verhaal op dat niveau zodat de
kinderen ook de preek of de boodschap van de preek kunnen begrijpen. Meestal
wordt dan afgesloten, met een opdracht of werkje om de boodschap van de preek
te verwerken. Het verhaal kan door een ouderling, maar ook door een juf of
iemand anders worden gehouden. In veel gevallen wordt de inhoud van het
verhaaltje afgestemd op de inhoud van de preek. Dat wil zeggen, dat de inhoud
van de preek door de juf of ouderling in begrijpelijke taal wordt naverteld.
Zoals gezegd zijn er diverse mogelijkheden en invullingen aan te geven.
Natuurlijk zijn er argumenten voor
een kindernevendienst. De meest gehoorde is dat een kind op zijn niveau de
inhoud van de Bijbel krijgt aangereikt. Het kind begrijpt dus meer van de
Bijbel en leert er meer van dan dat hij naar een moeilijke preek moet
luisteren. Verder kunnen kinderen ook de indruk krijgen dat ze belangrijk mogen
zijn binnen de kerk, omdat er speciale aandacht voor hen is. Ook neemt het wat
zorg van ouders uit handen, want nu weten ze tenminste zeker dat er mensen
zijn, die de kinderen bijbelkennis bijbrengen op hun jonge leeftijd. In de
volgende paragrafen zullen we naar argumenten tegen de kindernevendiensten
kijken. Daarbij zullen we ook bovengenoemde argumenten ter discussie stellen.
Eén van de belangrijkste
uitgangspunten in de discussie over de kindernevendiensten moet worden genomen
in de eredienst. Wat is nu precies een eredienst? Wat is hiervan het doel? De
eredienst is de ontmoeting van God met Zijn verbondsvolk. God wil omgang hebben
met Zijn kinderen in de eredienst. Dat vindt plaats door naar de Here te
luisteren, door Hem lof te zingen, door gebed. God zoekt Zijn hele gemeente op.
God zoekt het hele lichaam. En daar horen ook de kinderen bij. God zelf maakt
geen onderscheid tussen jong en oud. Zo belijden we dat ook in Zondag 27: “Kinderen horen even goed als de volwassenen
bij Gods verbond en bij zijn gemeente. Ook worden aan hen evenals aan de
volwassenen, door het bloed van Christus, verlossing van de zonden en de
Heilige Geest, die het geloof werkt, beloofd.”
Als we goed naar de eredienst
kijken, zien we ook dat het een Verbondsgesprek is. Gods begint met spreken, en
daarna antwoorden wij met psalmen en gebeden. Het is daarom dan ook vreemd als
we opeens midden in het verbondsgesprek een aantal kinderen wegsturen. Zo van:
jullie begrijpen het toch niet, dus we vertellen wel iets dat jullie wel
begrijpen. De eredienst is één, het lichaam is één, dus waarom zouden we dan
beiden verbreken?
Als we in de Bijbel kijken wat er
gezegd wordt over kinderen in de kerk, dan vinden we daar in de brieven van de
apostelen één en ander over. De brieven, van onder andere Paulus, waren bedoeld
om in de kerkdienst voor te lezen aan de gemeente (Kol. 4:16, 1 Tess. 5:27,
Openb. 2:7,11,17 etc.). In bijvoorbeeld Ef. 6:1 en Kol. 3:20 richt Paulus zich
in het bijzonder tot de kinderen. Blijkbaar waren zij dus ook in de kerkdienst
aanwezig!
En ook in het Oude Testament waren
de kinderen er in de kerkdienst en tijdens de verkondiging van het woord bij!
Zie bijvoorbeeld Deut. 29:11 en Joz. 8:35. Zij horen immers evenals de
volwassenen bij het verbond (Gen. 17:7, Hand. 2:39).
Als laatste nog dit. Kinderen
hoeven ook niet alles in de eredienst te begrijpen. Dat kunnen ze ook niet.
Maar ze kunnen wel leren hoe de omgang van God met de mensen in de eredienst
plaatsvindt. Dat er eerbied en ontzag is. Dat we luisteren naar Gods Woord en
tot Zijn eer zingen en bidden. Bedenk wel dat God er niet is voor de mensen,
maar de mensen voor God. Dat leert ons bescheidenheid en onze plaats in de
relatie naar God toe. Als God ons roept, dan hebben wij Hem te gehoorzamen en
te komen.
Een van de voor argumenten was,
dat we middels de kindernevendiensten de kinderen kunnen aangeven dat ze
belangrijk zijn in de kerk, omdat ze speciale aandacht krijgen. Maar allereerst
is het niet nodig om de kinderen dit op deze manier aan te duiden en vervolgens
kunnen de kinderen ook de indruk krijgen, dat ze er juist niet bijhoren. Daarom
snijdt dit voor argument dus ook geen hout.
Het tweede belangrijke punt gaat
over de preek. Het veel gehoorde argument voor kindernevendiensten is dat de
kinderen een preek toch niet begrijpen en dus maar beter apart een verhaal
kunnen horen om zo tenminste nog wat opsteken van de Bijbel. Toch doen we in
deze visie te kort aan de preek. Maar wat is nu precies de preek?
De preek is maar niet alleen bijbeluitleg
waar iedereen zo veel mogelijk aan moet hebben. Nee, in de preek ontvangen wij
van God de bediening van de verzoening! De Dordtse leerregels spreken daarom
steeds over de bediening van het evangelie, omdat dat de weg is waarop God ons
wil bekeren. Bedienen is een wat ouderwets woord, je kunt het vergelijken met
eten wat opgediend wordt door de ober. De dominee is zeg maar de ober. De ober
heeft het eten niet zelf gemaakt, maar de kok. Zo heeft ook de dominee het eten
niet gemaakt, maar hij verteld als het goed is Gods Woord en niet zijn eigen
ideeën en meningen. Op deze manier worden wij in de preek bedient. We krijgen
als het ware de verlossing door Christus opgediend. De preek is dus veel meer
dan alleen maar een verhaal over de Bijbel door iemand die daar veel verstand
van heeft, die ervoor geleerd heeft. We luisteren ook niet naar de dominee
omdat hij zo goed kan preken, maar omdat hij door God geroepen is en omdat God
middels Zijn dienaar tot ons spreekt. Daarom hoort de preek ook centraal te
staan in de eredienst!
Maar ook in de Heidelbergse
Catechismus wordt gewezen op de bedoeling van de preek. God wil ons onderwijzen
door de verkondiging van het evangelie (vr./antw. 98). Wij hebben het geloof
ontvangen door de preek (prediking) (Gal. 3:5). Naast de preek geeft God nog
aanschouwelijk onderwijs door de sacramenten. Verder zijn er natuurlijk nog
veel middelen die God gebruikt om ons te onderwijzen! Maar God geeft aan de
prediking wel een bijzondere plaats. Het is dus ook vreemd om de kinderen de
bediening van de verzoening te onthouden. De kinderen hebben daar recht op, al
zullen ze het misschien niet altijd even goed begrijpen. Maar begrijpt een kind
de doop dan wel als het een paar dagen oud is? Nee, toch. We zeggen dan toch
ook niet dat we maar geen kinderen moeten dopen? Nee, maar bij de doop geeft
God zijn verbondszegel en teken. Daarom mag je de kinderen niet onthouden. Maar
gebeurt iets vergelijkbaar dan ook niet in de prediking? Is God dan ook niet
bezig om met zijn Woord en Heilige Geest te werken. Daarover nu meer.
Omdat in de discussie de kinderen
vaak centraal staan, wordt gezegd dat de kinderen niks begrijpen van een preek
en dat ze er dus niks aan hebben. Maar wie bepaald nu of de kinderen er niets
aan hebben. Dat zijn dus de voorstanders van de kindernevendiensten. En dat
doen ze dan op basis van eigen ervaringen en inzichten. Maar dat mag hier niet
aan de orde zijn. Onderschatten we op deze manier niet het werk van de Heilige
Geest. Ook Hij werkt in de jonge kinderharten. Zou de Heilige Geest tijdens de
eredienst en de bediening van de verzoening (de preek) de kinderen overslaan.
Natuurlijk niet. God heeft ze zelfs Zijn verbondskinderen genoemd en Hij zorgt
voor ze en geeft wat ze nodig hebben.
Belangrijk is dus welk vertrouwen
we in de Heilige Geest hebben. Iets vergelijkbaar zie je vaak bij
evangelisatie. Gereformeerden worden soms helemaal klaar gestoomd om te gaan
evangeliseren, met allerlei tips en trucs. Maar in welke mate houden we dan
rekening met het werk van de Geest. Zal de Geest dan niet werken als iemand
stuntelig iets over Jezus verteld? Nee, we moeten weer leren vertrouwen op Gods
Geest. Hij werkt en we moeten Hem niet hinderen om Zijn werk te kunnen doen.
Het is juist zo opmerkelijk dat de laatste tijd veel aandacht is voor het werk
van de Heilige Geest en dat dan speciaal gelet wordt op het spreken in tongen
en (gebeds-)genezingen. Maar op het moment dat wordt gesproken over de Heilige
Geest, die in de harten van de kinderen aan het werk is, dan haalt men de
schouders op en denkt men het beter te weten. Middels de preken wordt op jonge
leeftijd gezaaid en later zal de Maaier dit gezaaide oogsten. Durven wij dan de
zaaier tegen te werken en de kinderen de preek te onthouden?
Het is overigens opvallend hoeveel
kinderen nog van een eredienst en een preek kunnen oppikken. Onbewust horen ze
meer dan veel ouders denken. Alleen wordt dat wel opgemerkt door de ouders?
Daarover later in dit artikel meer.
Een ander aspect betreft de
ambten. Voor de kindernevendiensten is het volgende van belang. Een preek wordt
door de dominee gehouden. Dat is zijn ambtstaak. Het verhaal in de
kindernevendienst wordt door een juf of iemand anders gehouden. Soms door een
ouderling. De vraag is: wie houdt er ambtshalve controle over de verhalen van
de juf? Het verhaal dient als vervanging van de preek. Dus er mogen zeker eisen
aan worden gesteld. Maar wie houdt dat in de gaten? OK, dit zou eventueel nog
geregeld kunnen worden. Maar dan blijft de vraag open staan welke invulling
geven we aan de ambten? Komen de ambten niet onder druk te staan als we taken,
die onder het bijzondere ambt vallen, zoals preken, wegleggen bij een juf op de
kindernevendienst? In de preek wordt de verzoening bediend. Gods Woord wordt
uitgelegd en er klinkt een oproep tot bekering en tot geloof. Als een
ambtsdrager dat doet, dan doet hij dat namens Christus Zelf. (Zie ook het
stukje over de preek.) Dat is echt wat anders dan een Bijbelverhaal dat tijdens
een kindernevendienst verteld wordt!
Voorstanders zullen zeggen, dat er
op school ook geen ouderling is en dat we dan ook niet altijd kunnen
controleren, welke verhalen de juf verteld. En dat klopt ook. Maar het verschil
is wel dat we de kinderen weghalen bij de bediening van de verzoening en dan
iets teruggeven wat ze op school ook al krijgen. Worden onze kinderen daar
rijker van?
Tijdens deze discussie gaf ik al aan dat de kinderen meer
kunnen oppikken dan we wel eens denken. Alleen letten we daar ook voldoende op
als ouders? Praten we met onze kinderen door over de eredienst als geheel en de
preek in het bijzonder?
Ook bestaat het gevaar dat ouders hun eigen
verantwoordelijkheid, om de kinderen zelf over God te vertellen wegschuiven
richting de juf van de kindernevendiensten. Lekker makkelijk! De juf verteld alles
eenvoudig, dus dan hoeven we zelf weinig meer te doen. De kinderen hebben hun
wekelijkse bijbelvoer weer gekregen en dus hoef je zelf niet meer zo veel te
doen. Maar juist als de kinderen ook de preek hebben gehoord, weet je als
ouders wat ze hebben gehoord en kun je hun vragen beter begrijpen. Je weet
immers wat er is gesproken, terwijl je niet weet wat er in de kindernevendienst
is gezegd. Het lijkt misschien wel wat spijkers op laag water zoeken, maar het
heeft wel alles te maken met je verantwoordelijkheid als ouders en hoe je dat
invulling geeft. Bij de doopbelofte heb je als ouders beloofd om de kinderen in
Gods naam op te voeden. In het Oude Testament staat dat heel duidelijk
omschreven in bijvoorbeeld Deut. 6:7. God spreekt tot zijn volk en zegt dan
tegen de ouders “gij zult het uw kinderen inprenten... wanneer gij in uw huis
zit”. Of bijvoorbeeld Joz. 4:21 en Ps. 78. Als de kinderen niet begrepen wat
die stenen daar in de Jordaan deden, dan moesten ze dat hun ouders vragen. En
als ouders heb je de taak om de kinderen de stenen te laten zien en ze te
prikkelen om juist vragen over die stenen te stellen.
Vanuit de doopbelofte gezien, moeten ouders meer doen dan
alleen kinderen meenemen in de eredienst. De eredienst vormt een belangrijk
onderdeel in de opvoeding. Maar daarnaast zullen ouders ook hun kinderen moeten
leren om te leven met de Here. Zo moeten de kinderen leren wat zonde is, wat
genade is. Wat God ons in Zijn geboden voorhoudt. De ouders moeten hun kinderen
het goede voorbeeld geven, hoe de Here te dienen. Het moet blijken uit hun
leven. Op deze manier moeten de kinderen vertrouwd worden gemaakt met de dienst
aan de Here en daarin valt ook de preek binnen de eredienst.
Een ander argument wat wordt
gebruikt om kinderen tijdens de preek in de eredienst te houden, is om zo de
kinderen ook te leren luisteren. In onze jachtige samenleving, waar alles snel
gaat en met veel beelden, zullen we onze kinderen ook moeten opvoeden in een
kerkelijk klimaat. Door de kinderen te laten luisteren leren ze ook om een half
uurtje stil te zitten en naar de dominee te luisteren. Even geen eigen dingen,
maar eerbiedig proberen te luisteren. Natuurlijk zal dit niet eenvoudig zijn,
maar als je op jonge leeftijd al niet geleerd wordt om te luisteren, is de kans
klein dat je dat later opeens wel zal doen. Luisteren gaat niet vanzelf. Dat
moet je oefenen. Daarom kun je daar ook niet vroeg genoeg mee beginnen.
In één van de stellingen van
www.95stellingen.nl wordt zelfs gesteld dat luisteren het concentratievermogen
en de ontwikkeling van het taalbegrip bevorderd. In de toelichting bij de
stelling wordt dit verder uitgewerkt. Natuurlijk zijn dit afgeleide argumenten.
Dat wil zeggen, dat ze niet direct uit de Bijbel zijn te halen, maar dat het
meer bijkomstige voordelen zijn. Maar het moet wel zo zijn dat we onze kinderen
opvoeden in een kerkelijk klimaat. Dat we ze leren om naar de Bijbel te
luisteren en respect en eerbied te krijgen voor Gods Woord, dat in de preek
naar ons toekomt.
Om de kinderen bij de preek te
betrekken, mag een dominee speciale aandacht voor de kinderen hebben. Hij kan
enkele punten extra eenvoudig in begrijpelijke taal uit te leggen. Een
voorbeeld geven dat de kinderen begrijpen. Wel moet de dominee hierbij altijd
eerbiedig blijven, Hij spreekt immers namens God Zijn Woord. En als ouders
moeten we onze kinderen prikkelen om te luisteren en ze hierin te begeleiden en
ze verder te helpen door er thuis weer over door te praten.
Als één van de voor argumenten voor kindernevendiensten,
wordt soms Nehemia 8: 4 aangevoerd als een grond om jonge kinderen niet bij de
preek aanwezig te laten zijn. In Nehemia 8: 3 en 4 staat het volgende:
Toen bracht de priester Ezra de wet voor de gemeente, zowel
mannen als vrouwen en ieder die het kon begrijpen, op de eerste dag van de
zevende maand. En hij las daar uit voor op het plein voor de Waterpoort van dat
het licht werd tot de namiddag in tegenwoordigheid van de mannen en de vrouwen
en van hen die het konden begrijpen. Het gehele volk hoorde aandachtig naar het
boek der wet.
Het gaat er dus om dat iedereen die het begreep luisterde.
Kleine kinderen konden het niet begrijpen en dus zou het mogelijk zijn, dat de
kinderen niet bij de preek hoeven te zijn. Eerlijk gezegd is het wel een kort
door de bocht redenering. Het ging in Nehemia 8 niet om een eredienst, maar om
een volksvergadering. Daarbij komt nog dat deze wel 6 uur duurde. Dat kleine
kinderen, dit niet volhouden en er mogelijk niet bij waren is dus begrijpelijk.
Als je verder in de Bijbel leest zie je juist steeds dat God de kinderen
betrekt in de omgang met Hem. Je leest dat al in de woestijnreis (Ex. 19, Deut.
12:12 en Deut. 29:10 en 11) en verder in het Oude Testament (Jozua 8:30-35,
Ezra 10:1 en 2 Kon. 23:2). Ook in het Nieuwe Testament komen we kinderen in de
erediensten tegen (Ef. 6:1 en Kol. 3:20). En Jezus zelf trekt de kinderen er
duidelijk bij, wanneer Hij ze laat komen en ze zegent (Mat. 19:13-15; Marc.
10:14-16).
Ja, en nu de vraag of we God kunnen dienen door de eredienst
zo in te richten, dat we de kinderen afzonderen tijdens de preek. Uit het
artikel is wel duidelijk gebleken, dat kinderen in de eredienst thuis horen,
omdat ze samen het lichaam vormen. Ze zijn in het verbond zijn opgenomen. God
roept ze allen. God roept Zijn hele gemeenten samen.
Ook leren de kinderen zo in de eredienst om geduldig en
eerbiedig te luisteren naar Gods Woord. Gods Woord dat via het ambt van
predikant ons bindend wordt opgelegd, als bediening van de verzoening. En zo
mogen de kinderen onder Gods genadig Woord vallen. Ze worden door de Heilige
Geest bereid tot een loflied naar God toe, omdat ze van God horen en Hem zo
leren lief te hebben. Willen we dat onze kinderen onthouden?