Hugo
Bos
Venlo,
2003
3.2 Hoe moeten we het geloof overbrengen aan
onze kinderen?
3.3 De relatie tussen man en vrouw
4.5 Bediening van de verzoening
4.6 Beelden en/of prediking !?
Is het nodig om hierover
opnieuw na te denken? Zijn er dan problemen? Welke? De kerk spreekt veel
jongeren niet meer zo aan. Ze vinden de kerkdiensten maar saai. Er zijn zo veel
regels, moet het nu niet eens heel anders. Met sommige geboden van de Here kun
je vandaag de dag ook niet meer aankomen? Niet met je vriendin/vriend naar bed
gaan voordat je getrouwd bent? Twee keer per zondag naar de kerk? De TV
uitzetten als er gevloekt wordt? Je ouders gehoorzaam zijn en eerbied voor ze
hebben? Een half uur lang luisteren naar een preek? Is homoseksualiteit
echt zonde, of ben je dan erg intolerant als je zoiets zegt? Ben je niet erg
dom en naief als je nu nog geloofd in God die de aarde geschapen heeft?
Wat betekend apologetiek?
Het betekend: het verdedigen van het christelijk geloof. Veel jongeren vinden
het moeilijk om het geloof te verdedigen. Je staat als snel met de mond vol
tanden? Wie geloofd er nu in 2002 nou nog in de schepping, dat is toch al lang
achterhaald ! Hoe reageer je dan? Kun je dan alleen maar zeggen dat je dat
gelooft, omdat het in de Bijbel staat? Natuurlijk geloven we dat God de aarde
geschapen heeft omdat dit in de Bijbel staat, we waren zelf nooit op dat idee
gekomen. Maar kun je er niet meer over zeggen? Veel van je vrienden zullen zich
niet erg interesseren voor bijbelteksten. Daarom is het heel goed om te leren verdedigen
wat je geloofd. Je kunt ermee beginnen om je ´tegenstander´, of beter gezegd,
je gesprekspartner te vragen welke argumenten hij/zij heeft voor zijn of haar
stelling/ mening. Bijvoorbeeld: Welke redenen, welke argumenten heb je om niet
te geloven dat God bestaat? Kun je bewijzen dat God niet bestaat? Daarnaast kun
je erover nadenken welke argumenten jij hebt om te geloven dat God wel bestaat.
Bewijzen kun je het allebei niet, je kunt denk ik wel heel sterke argumenten
geven waarom jij wel geloofd dat God bestaat.
Een
voorbeeld is dat er gezegd wordt dat christenen niet tolerant zijn, omdat ze in
één waarheid geloven. Wat in de Bijbel staat is de waarheid en wat bijvoorbeeld
in de Koran staat is niet waar. Maar is het zo intolerant om in één waarheid te
geloven? We geloven bijvoorbeeld, dat God ons gebiedt om onze naaste lief te
hebben als onszelf. Dat is voor ons een absolute waarheid, iedereen die dat
ontkent liegt. Is het dan niet juist intolerant wanneer je je naaste niet lief
hebt als jezelf? Bovendien heeft je gesprekspartner zojuist zelf een absolute
uitspraak gedaan, namelijk dat er geen absolute waarheid is. Dat is een
inconsequente manier van redeneren.
Je
kunt ook horen zeggen dat de Bijbel slavernij heeft goedgekeurd en dat daardoor
vele slaven onderdrukt en mishandeld zijn. En dat de kerken die slavernij
hebben goedgekeurd. Hoe moet je dan reageren.
De
kritiek op de kerk is deels terrecht, omdat de kerk te weinig heeft
geprotesteerd tegen de onderdrukking en mishandeling van slaven. In die tijd
werden slaven niet als mensen gezien, maar meer als dieren die gebruikt kunnen
worden voor eigen plezier. Als je wilt weten hoe verschrikkelijk de slaverij
geweest is dan moet je Charles Dickens (1812-1870) lezen. Dickens citeert in
zijn boek ‘ American Notes’ kranteartikelen waaruit duidelijk blijkt hoe men
met slaven omging in die tijd. In deze kranten stond: “twaalf jarige
negerjongen gevlucht, om zijn hals
heeft hij een ketting met een hondepenning, waar ‘de Lampert’ in gegraveerd is.”,
“Maria, een negermeisje is in de politiegevangenis vastgezet. Ze heeft
talrijke littekens door de zweepslagen en heeft kettingen aan de voeten.,
“Negervrouw met twee kinderen gevlucht. Enige dagen, voordat ze vluchte, heb ik
haar met een gloeiend ijzer gebrandmerkt. Ik heb geprobeerd om de letter M te maken.”.
De kerk heeft hierop dus te weinig kritiek gehad. Maar er waren wel veel
christenen die de slavernij veroordeeld hebben. John Wesley (1703-1791)
bijvoorbeeld heeft heel duidelijk laten horen wat hij van de slavernij vindt.
Hij was geschokt door wat hij in de USA gezien had en heeft steeds tegen de
slavernij gepreekt. John Newton (1725-1807) heeft zich bekeerd en is christen
geworden. Hij heeft zich daarna ook tegen de slavernij uitgesproken, omdat de
negers niet als volwaardige mensen gezien werden. Terwijl God hun toch ook
geschapen heeft !! Voor God zijn ze niets meer en niets minder.
De Bijbel spreekt inderdaad ook
over slavernij en zegt dat slaven hun heer moeten gehoorzamen. En ze moeten dat
niet doen om bij hun heer in een goed blaadje te komen, maar omdat de Here hun
dat gezegd heeft. Ze mogen hem ook niet bespotten en belachelijk maken wanneer
hij het niet ziet of hoort. Zo is het trouwens ook voor ons wanneer we ons werk
moeten doen. Je moet je leerraar gehoorzamen, ook als hij het niet ziet, ook
als je niet gesnapt kunt worden.
Maar de Bijbel zegt ook iets tot
de heren (bazen) van die slaven, namelijk dat ze hun slaven niet mogen
bedreigen. Want hun Heer is dezelfde als de Heer van die slaaf. Bij God is geen
aanzien des persoons, voor hem is iedereen gelijk en iedereen moet Hem
gehoorzamen (Ef. 6: 5-9 “Slaven, weest uw heren naar het vlees gehoorzaam
met vreze en beven, in eenvoud uws harten, als aan Christus, niet met ogendienst, als mensenbehagers,
maar door als slaven van Christus de wil Gods van harte te doen, en
bereidwillig dienstbaar te zijn als aan de Here en niet aan mensen. Gij weet
immers, dat een ieder, hetzij slaaf, hetzij vrije, al het goede, dat hij gedaan
heeft, van de Here zal terugontvangen. En gij, heren, handelt evenzo jegens
hen; laat het dreigen na. Gij weet immers, dat hun en uw Heer in de hemelen is,
en bij Hem is geen aanzien des persoons.”). Dus de Bijbel heeft altijd
duidelijk laten horen dat slavernij, waarbij mensen mishandeld en uitgebuit
worden, niet goed is. En ook veel christen hebben tegen de slavenhandel
geprotesteerd. Het probleem is niet zozeer dat de Bijbel niet duidelijk is.
Maar het probleem is dat mensen (en de kerk) vaak niet willen luisteren naar
wat de Bijbel zegt. Ze laten zich meeslepen door wat ‘iedereen’ vindt.
Hier
kunnen we voor vandaag veel van leren!
1. Je moet ‘wat iedereen vindt’ altijd
kritisch bekijken en in de Bijbel lezen wat God ervan vindt
2. Ieder mens is voor God gelijk en heeft
recht op bescherming en leven.
Maar
iedereen vindt toch tegenwoordig dat alle mensen gelijk zijn? We hebben toch de
rechten van de mens aangenomen? Dus vandaag doen we dat wel !?
Is
dat echt zo? Laten we eens kijken. Ik denk dat de meeste mensen, ook heidenen,
er wel van overtuigd zijn, dat je andere mensen niet mag vermoorden. Maar toch
worden er heel veel ongeboren kinderen gedood. En dan wordt er gezegd: “ja
maar, dat zijn (nog) geen mensen, want dat is nog maar een klompje cellen”.
Waarom is een ongeboren baby geen mens:
1. Een ongeboren baby is veel minder
ontwikkeld, kan niet praten, lezen, lopen enz.
2. Een ongeboren baby bevindt zich nog in de
buik
3. Een ongeboren baby is veel kleiner
Zijn
dit nu goede redenen om aan te nemen dat een ongeboren baby geen mens is? Is
iemand die minder ontwikkeld is, is die persoon ook minder mens? Is iemand met
VMBO minder mens, als iemand met Universiteit? NEE, toch.
Is
iemand die zich ergens anders bevindt minder mens, omdat hij ergens anders is
(in de buik)? Is een baby een dag voor de geboorte, als hij in de buik zit,
minder mens als een dag na de geboorte als de baby uit de buik is gekomen?
Is
iemand die kleiner is minder mens als iemand die groter is? DAT IS TOCH NIET
ZO? Waarom is een ongeboren baby dan geen mens? En als het een mens is dan mag
je die mens toch niet doden? Want iedereen is door God geschapen.
Misschien
wordt abortus en euthanasie wel geaccepteerd, omdat velen niet meer geloven dat
God iedereen geschapen heeft. En dat DUS iedereen recht heeft op bescherming.
Want de meeste westerse mensen geloven dat de mens ontstaan is door evolutie.
Door toeval en niet door een persoonlijke God. Alles is vanzelf ontstaan. Wij
zijn eigenlijk een soort ver ontwikkelde dieren en niet meer dan dat.
Ontwikkeling
en evolutie zijn er door de ‘survival of the fittest’ de sterkste overleefd en
zwakken sterven uit. Daardoor zou de mens zijn ontstaan. Lees maar eens wat
mensen als Darwin hebben geschreven. Als je dit geloofd, waarom zou je dan de
zwakken beschermen? Dat is tegen het idee van de evolutie in, immers de sterken
overleven en evolueren. Als er niets meer is als dit leven en daarna is het
over en ontbindt je in je graf en is er niets meer. Waarom zou je dan zwakken
beschermen, als je er zelf niet beter van wordt? Om je geweten te sussen of om
aardig gevonden te worden. Maar dat is toch ook eigenbelang?
Een
ander obstakel kan zijn dat men vindt dat homoseksualiteit erfelijk is en dat
het daarom oneerlijk en wreed is dat de Bijbel homoseksualiteit verbiedt. Het
is waar dat God de homoseksualiteit verbiedt (bijv. Lev. 20: 13: ‘ Een man
die gemeenschap heeft met iemand van het mannelijk geslacht, zoals men
gemeenschap heeft met een vrouw, beiden hebben een gruwel gedaan, zij zullen
zeker ter dood gebracht worden, hun bloedschuld is op hen.’ of Romeinen
1:27 ’Eveneens hebben de mannen de
natuurlijke omgang met de vrouw opgegeven, en zijn in wellust voor elkander
ontbrand, als mannen met mannen schandelijkheid bedrijvende en daardoor het
welverdiende loon voor hun afdwaling in zichzelf ontvangende.’). Maar klopt
die ándere stelling: dat homoseksualiteit erfelijk is? Die stelling kan niet
waar zijn. Immers, hoe kan een homo die genen doorgeven aan het volgende
geslacht? Twee mannen kunnen samen nog steeds geen kinderen verwekken en twee
vrouwen ook niet. Verder is er geen enkele wetenschappelijke studie die
fysiologische of biologische factoren voor homoseksualiteit heeft gevonden.
Daarentegen heeft de wetenschap veel aanwijzingen gevonden dat er een grotere
kans is dat iemand homoseksueel wordt wanneer hij of zij in zijn jeugd
geestelijke verwondingen heeft opgelopen door problemen in de familiestructuur.
Bijvoorbeeld problemen in de vroege jeugd door seksueel misbruik, psychische
beschadigingen en de mogelijk daaruit volgende onzekerheid over de eigen
seksuele identiteit. En er zijn vele levende bewijzen voor het feit dat
homoseksualiteit wel degelijk te veranderen is en dus niet altijd blijvend is.
Natuurlijk is dit vaak een heel langdurig proces en niet alle schade die
aangericht is kan worden herstelt.
En
hoe zit het met de schepping? Ben je ´achterlijk´ wanneer je in de schepping
geloofd ipv. de evolutietheorie? Volgens de evolutietheorie is alles vanzelf
ontstaan.
De
mens bestaat onder andere uit eiwitmoleculen, eiwitmoleculen bestaan uit
aminozuren die in een bepaalde volgorde staan. Er zijn zo´n 20 soorten
aminozuren. Hoe groot is de kans dat een eiwitmolecuul ´vanzelf´ in de juiste
volgorde komt? Die kan is 1 op 10130 Dat is dus 1 op
10000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000.
Zulke getallen zijn zo groot dat je ze niet meer kunt bevatten. En dan heb je
nog maar een eenvoudig eiwitmolecuul, de mens heeft heel erg ingewikkelde
eiwitmoleculen, een levercel bijvoorbeeld bevat 53 miljard ingewikkelde
eiwitmoleculen. Hoe groot is de kans dat zoiets helemaal vanzelf, door toeval,
ontstaat? Die kans is nul !
Je
kunt het wel een beetje vergelijken met een computer. Als je een computer hebt
zonder software, ontstaat er dan vanzelf software, als je maar lang genoeg
wacht? NEE, toch. Daar heb je een programmeur voor nodig. Zo heeft de aarde ook
een Programmeur, gOD. Een
programmeur is iemand die ´iets´ (software) uit niets schept. Niets ontstaat
helemaal vanzelf, ook niet als je er miljoenen jaren op wacht!!
Is
de aarde dan niet miljoenen jaren oud? Er zijn inderdaad veel aanwijzingen dat
de aarde heel jong is en dus niet miljoenen jaren oud.
Er
komt continu stof uit de ruimte op de aarde en op de maan terrecht. Geleerden
hebben uitgerekend dat er nu al 10 tot 30 meter stof op de maan zou moeten
liggen, tenminste wanneer de aarde zo oud is als ze denken (5 miljard jaar
oud). Omdat men dacht dat er zo veel stof op de maan zou liggen heeft men onder
de maanlander grote platte voeten gemaakt. Toen de maanlander op de maan
gelandt was bleek er maar een heel dun laagje stof te liggen. Rara hoe kan dat?
Omdat de aarde helemaal niet zo oud is, maar nog betrekkelijk jong zoals de
Bijbels ook zegt? De maan is ook nog steeds warm en heeft een magnetisch veld.
Dit is alleen mogelijk als de maan een vloeibare kern heeft. De maan is veel
kleiner dan de aarde en koelt dus veel sneller af. Als de maan echt 5 miljard
jaar oud is, dan zou hij nu al lang ijskoud en ‘dood’ moeten zijn. Het feit dat
de maan nog warm is en magnetisch geeft aan dat de maan nog relatief jong is.
Er
zijn nog veel meer van dergelijke onderzoeken die aantonen dat het heel
waarschijnlijk is dat de aarde jong is.
Met
al dit soort argumenten heb je niet bewezen dat de Bijbel waar is, en krijg je
ook niet altijd gelijk. Maar het kan je wel helpen en soms onnodige obstakels
weghalen. Als je je goed voorbereid en als je veel leest en studeerd sta je
niet met de mond vol tanden.
Het
is trouwens ook niet zo gek wanneer mensen je uitlachen of zelfs haten wanneer
je christen bent. Christus heeft zelf al gezegd dat dat zou gaan gebeuren. Lees
maar eens: ´Indien de wereld u haat, weet dan, dat zij Mij eer dan u gehaat
heeft. Indien gij van de wereld waart, zou de wereld het hare liefhebben, doch
omdat gij van de wereld niet zijt, maar Ik u uit de wereld uitgekozen heb,
daarom haat u de wereld. Gedenkt het woord dat Ik tot u gesproken heb: Een
slaaf staat niet boven zijn heer. Indien zij Mij vervolgd hebben, zij zullen
ook u vervolgen.’ (Joh. 15: 18-20).
Apologetiek
is God dienen met je verstand, aantonen dat de redeneringen die tegen Gods
Woord worden ingebracht geen hout snijden. Of zoals Paulus het zegt in 2 Kor.
10: 5: “Zodat wij de redeneringen en elke schans, die opgeworpen wordt tegen
de kennis van God, slechten, elk bedenksel als krijgsgevangen brengen onder de
gehoorzaamheid aan Christus,”.
Ik wil een poging wagen
om een mogelijke verklaring te geven voor de onzekerheid over het geloof bij
veel jongeren. Ik denk dat dit o.a. te maken kan hebben met een postmoderne
manier van denken. Ik wil uitleggen wat ik daarmee bedoel.
Een oude gereformeerde
leesregel voor de Bijbel is: lezen wat er staat, en laten staan wat je leest.
Dat klinkt je hopelijk vertrouwd in de oren. Het betekent gehoorzaam en
zorgvuldig luisteren naar wat God tot ons zegt. Maar voor veel van onze
tijdgenoten is dit een problematische bewering. Alsof je zomaar kunt zeggen:
kijk dat STAAT er. Alsof een geschreven tekst een vaststaande betekenis kan
hebben. Volgens hedendaagse ideeën heeft
een tekst niet een betekenis, maar krijgt
hij een betekenis voor een hoorder of
lezer.
Een eenvoudig voorbeeld:
De bewering: ‘de schoorsteen rookt’. Je denkt daarbij misschien in dit
jaargetijde: daar brandt de kachel, lekker warm. Maar de kachelmonteur denkt
misschien: die kachel is slecht afgesteld, want er hoort geen rook zichtbaar te
zijn. En de milieu-activist reageert: alweer milieuvervuiling. De bewoner van
de tropen denkt wellicht: daar wordt gekookt. Bijna zoveel betekenissen als er
mensen zijn. Zo werkt het volgens moderne inzichten met de taal: er ontstaat
pas betekenis van een tekst of lied door de samenwerking tussen tekst en lezer,
tussen lied en zanger.
Stel nu eens, dat die
bewering waar is. Ieder leest in een tekst een eigen betekenis. Zoveel hoofden,
zoveel zinnen. Je kunt niet spreken over de betekenis van een tekst. Kun je
ooit zeggen dat een tekst een foute betekenis heeft?
Hetzelfde probleem speelt
natuurlijk rondom de bijbel. Dat is ook maar een geschreven tekst, met heel
veel lezers. Voor elke lezer betekent die toch wat anders? Mag je spreken over
de betekenis van een bijbeltekst? Of moeten we ons gewoon realiseren dat
eenzelfde bijbeltekst voor ú iets anders betekent dan voor míj?
Misschien vindt jij dit
maar vreemde ideeën. Maar deze ideeën bestaan, en ze zijn heel invloedrijk in
deze tijd. Ze vormen een onderdeel van een gedachtencomplex, dat bekend staat
als postmodernisme.
Binnen dat postmodernisme
kom je nog zo’n idee tegen, dat misschien vreemd klinkt. En wel dit idee: je mag niet denken in het schema waar tegen
onwaar; waarheid tegenover leugen. Net zomin als je van een tekst kunt zeggen:
dit of dat is de betekenis, mag je ervan
zeggen dat die tekst ‘waar’ is. Voor míj is die misschien waar, maar voor een
ander hoeft dat nog niet zo te zijn. Dat God hemel en aarde heeft geschapen dat
is voor JOU waar, maar IK zie dat anders. God roept alleen mannen (en dus geen
vrouwen) in het bijzonder ambt van ouderling en diaken, ´Ja dat is jou mening,
ik lees dat heel anders.´ ´Dat was vroeger waar, nu weten wij wel beter.´ ´Het
is maar net hoe je het interpreteerd´. Dat zijn allemaal postmoderne manieren
van redeneren. Wat zegt de Bijbel hierover? Is het dan simpel om op al deze
vragen een antwoord te geven.
Nee, de Bijbel is niet
simpel, soms moet je goed lezen en studeren om een antwoord te vinden. Maar het
moet wel duidelijk zijn dat er maar één waarheid is en dat die voor iedereen
geldt. Dat Christus onze Verlosser is en dat Hij de enige weg is om behouden te
worden, dat geldt voor iedereen, en niet alleen voor mij, omdat ik toevallig
christen ben. Iedereen die in Hem geloofd zal behouden worden en iedereen die niet
in Hem geloofd die is al veroordeeld en zal dus niet behouden worden. (Joh. 3:
16-18)
Denken en geloven wij ook
niet heel vaak postmodern?
In de
onderstaande stukken schrijf ik iets over het gezin en over de erediensten en
de plaats van kinderen in de eredienst. Ik heb daarbij mijn uitgangspunt
genomen in wat de Bijbel daarover zegt. Ik heb veel citaten uit de Bijbel
overgenomen. Het gevaar daarbij is natuurlijk dat je de teksten niet voldoende
in hun context leest (het hoofdstuk waarin het staat, het bijbelboek waarin het
staat en de plek die de tekst heeft in de geschiedenis van God met zijn volk).
Ik heb geprobeerd de teksten zo veel mogelijk in samenhang met elkaar uit te
leggen en in samenhang met heel Gods Woord. Er zou over elk van deze thema’s
natuurlijk veel meer te zeggen zijn, maar ik hoop hiermee een eerste aanzet
gegeven te hebben. Graag zou ik over deze zaken met u (jeugdcommissie) praten,
dan kunnen we samen de Bijbel lezen en bestuderen en zo allebei een beter
inzicht krijgen in wat Gods Woord zegt.
Al in Genesis 3 lees je
over het eerste gezin: Adam en Eva. Ze hebben gemeenschap en krijgen kinderen:
Abel, Kain en later Seth. Kain en Abel zullen van hun ouders Adam en Eva
gehoord hebben over de Here. Toen al brachten ze offers aan de Here en begon
men de naam de de Here aan te roepen, zo lezen we in hoofdstuk 4. Hier lees je dus eigenlijk al over een soort
kerkdienst waar men de Here offert en Hem aanroept.
In Deut 6: 20-25 lezen we
hierover: „Wanneer later uw zoon u vraagt: Wat zijn dat voor getuigenissen,
inzettingen en verordeningen, die de Here, onze God, u opgelegd heeft? dan zult gij tot uw zoon zeggen: Wij waren dienstknechten van Farao in
Egypte, maar de Here heeft ons met een sterke hand uit Egypte geleidt; de Here
deed voor onze ogen tekenen en wonderen, groot en onheil brengend, aan Egypte,
aan Farao en aan zijn gehele huis; maar ons heeft Hij daaruit geleid, om ons te
brengen in het land dat Hij aan onze vaderen onder ede beloofd had, en ons dit
te geven. De Here gebood ons al deze inzettingen te onderhouden en de Here,
onze God, te vrezen, opdat het ons altijd wel zou gaan en Hij ons in het leven
zou behouden, zoals dit heden het geval is. En het zal ons tot gerechtigheid
zijn, wanneer wij heel dit gebod naarstig onderhouden voor het aangezicht van
de Here, onze God, zoals Hij ons geboden heeft.”.
Samengevat:
-
Kinderen vragen aan hun ouders
waar al die geboden voor zijn. (dat vragen veel kinderen nu volgens mij ook)
-
Ouders vertellen dan over:
o Gods verlossing uit de slavernij (nu in het Nieuwe ´Testament zou je kunnen
zeggen, uit de slavernij van de zonde)
o Over Gods beloften
-
We moeten die geboden houden omdat God ons die geboden gegeven
heeft
-
Als je naar Zijn geboden leeft,
zal het goed met je gaan
-
Wie in Hem geloofd zal eeuwig
leven
Zo staat het ook in Psalm
78: 3,4: “Hetgeen wij gehoord hebben en weten, en onze
vaderen ons hebben verteld, dat willen wij voor hun kinderen niet verhelen; wij
willen vertellen aan het volgende geslacht des Heren roemrijke daden, zijn
kracht en de wonderen die Hij gewrocht heeft.”. Ouders die vertellen over de
grote dingen die de Here heeft gedaan. Die ouders zijn daarvan zelf onder de
indruk gekomen. Ze hebben dat weer van hun ouders gehoord, zo werkt de Here.
Welke regels geeft de
Here verder nog? Efeze 6: 1-4: “Kinderen, weest uw
ouders gehoorzaam in de Here, want dat is recht. Eer uw vader en uw moeder (dit
is immers het eerste gebod, met een belofte) opdat het u welga en gij lang leeft
op aarde. En gij, Vaders, verbittert uw kinderen niet, maar voedt hen op in de
tucht en in de terechtwijzing des Heren.” Tja dat is nu niet echt populair.
Ouders worden steeds toleranter, je moet ze toch vrij laten? De vrije opvoeding
is voor veel ouders het hoogste ideaal, hoe zou dat zijn onder gereformeerde
ouders? Zo wil de Here het blijkbaar: kinderen gehoorzamen hun ouders en ouders
moeten hun kinderen niet verbitteren EN ze opvoeden in de tucht (nog een niet
populair woord: tucht) en in de terechtwijzing van de Here. Dan zal het
goed gaan met die ouders en met hun kinderen. (zie ook: Col 3: 20, 21). Hoe gaat dit bij ons? Ouders
wijzen wij onze kinderen terecht en is er tucht zoals de Here het heeft gewilt?
Kinderen gehoorzamen jullie je ouders?
In al deze teksten zie je
dat de meningen en wensen van de jeugd niet centraal staan, maar het
geloof wordt overgedragen door de ouderen aan de jongeren. Of zoals de
Catechismus het zegt bij de behandeling van het vijfde gebod, dat ik “mij aan
hun goede onderwijzing en tucht met behoorlijke gehoorzaamheid onderwerp...”.
Kinderen zijn ook niet
ons eigendom, het zijn de kinderen die we van God hebben gekregen. Het zijn de
kinderen van de gemeente. Dus niet alleen de verantwoordelijkheid van de
ouders, maar van iedereen.
Het is toch wel heel
bijzonder, dat God de relatie tussen man en vrouw vergelijkt met de relatie
tussen Christus en de gemeente (Ef 5: 23). Over de verhouding tussen man en
vrouw spreekt de apostel Paulus in hetzelfde gedeelte als het deel waar hij
spreekt over de kinderen (Ef 6: 1 en verder: Kinderen,
weest uw ouders......... enz.). Dat heeft blijkbaar alles met elkaar te maken.
Hoe is dan die verhouding tussen man en vrouw? Vrouwen moeten hun man
onderdanig zijn als aan de Here, want de man is het hoofd van zijn vrouw,
evenals Christus het hoofd is van zijn gemeente (Ef. 5: 22, 23). De Here geeft
dus een specifieke opdracht aan vrouwen en een specifieke opdracht aan mannen.
Wat zegt de Here tegen mannen? Mannen hebt uw vrouw lief, evenals Christus zijn
gemeente heeft liefgehad en zich voor haar heeft overgegeven. Dat is nogal wat,
je vrouw liefhebben zoals Christus de gemeente heeft liefgehad!!! Er is nu niet
de ruimte om dit punt helemaal uit te werken, maar de grote lijn is wel
duidelijk.
In een boekje uit 1972
staat het volgende over televisiekijken: ´En ik wil wel zeggen dat ik ronduit
weiger te geloven, dat we moeten leren leven met dit gevaarlijk en
vergifspuwend medium, dat de avonden beheerst met een macht en met een
absoluutheid, die niet meer dan ontstellend is.´ Ik geloof niet dat ik het zelf
zo zou omschrijven, maar het is denk ik wel goed om ons af te vragen of we niet
erg wereldgelijkvormig zijn geworden. Dat het verschil tussen christenen en
niet-christenen nauwelijks meer is te zien. Beheerst de televisie onze avonden
en is er daarna geen tijd meer om samen of alleen te bidden en Bijbel te lezen?
Hoe besteden we ons geld? Hoe besteden we de zondag? Waar gaan we uit en
hoeveel (alcohol) drinken we dan? Naar welke muziek luisteren we? Enz.
Ik denk dat het verder
goed is om te kijken naar Efeze 6, over de geestelijke wapenrusting. Hier gaat
het over de strijdt die we als christenen moeten voeren, ook in het gezin. Hoezo
strijdt? Is er dan een gevecht aan de gang? Tegen wie of wat moeten we vechten?
Hoe moet je vechten?
We moeten vechten tegen:
de duivel, ons eigen vlees, en de wereld. We moeten (tot bloedens toe !!!)
vechten tegen onze zonden. (Hebr. 12: 4 ’Gij hebt nog niet ten bloede toe
weerstand geboden in uw worsteling tegen de zonde,’). Doen wij
dat.......... tot bloedens toe vechten tegen onze zonden. Dat betekend radicaal
stoppen met zondige gewoontes, zondige gedachten, woorden en daden. Dat kunnen
we natuurlijk zelf niet, de Here heeft ons Zijn Geest gegeven. Ik vraag me wel
eens af of we nog wel het gevoel hebben dat we moeten vechten. Hebben we goed
voor ogen wie de vijand is? Weten we welke wapens we moeten gebruiken? Is dit
in het gezin ook concreet zichtbaar. Snappen onze kinderen ook om wat
voor soort strijdt het gaat? Zien ze ook de strijdt van hun ouders met hun
zonden, met de wereld en de duivel? De duivel zal immers alles in het werk
stellen om de kinderen van God weg te trekken. (zie ook: 1 Kor 9: 24-27, 2 Tim.
4: 6-8, Heb 12: 1). Als dat voor kinderen iets abstracts is waarover ze alleen
in de preek iets horen, dan kunnen ze er niets mee.
En hoe staat het met ons
kennisniveau? Lezen we veel, studeren we? Immers: ‘Mijn volk gaat te gronde
door het gebrek aan kennis. Omdat gij de kennis verworpen hebt, verwerp Ik u,
dat gij geen priester meer voor Mij zult zijn; daar gij de wet van uw God
vergeten hebt, zal ook Ik uw zonen vergeten.’ (Hosea 4:6). Dat moet een ernstige waarschuwing voor ons zijn! Dus is
het essentieel om samen met de kinderen veel te lezen, samen studeren en veel
praten.
Tenslotte iets over de
erediensten. Allereerst een citaat uit Heb. 12 vers 18 tot 29: ´Want gij zijt
niet genaderd tot een tastbaar en brandend vuur, tot donkerheid, duisternis en
stormwind, tot het geklank van een bazuin en tot het geluid van een stem, bij
het horen waarvan zij verzochten, dat niet verder tot hen gesproken werd; want
zij konden dit bevel niet dragen: Zelfs als een dier de berg aanraakt, zal het
worden gestenigd. En zo ontzaglijk was het verschijnsel, dat Mozes zeide: Ik
ben enkel vreze en beving. Maar gij zijt genaderd tot de berg Sion, tot de stad
van de levende God, het hemelse Jeruzalem, en tot tienduizendtallen van engelen,
en tot een feestelijke en plechtige vergadering van eerstgeborenen, die
ingeschreven zijn in de hemelen, en tot God, de Rechter over allen, en tot de
geesten der rechtvaardigen, die de voleinding bereikt hebben, en tot Jezus, de
middelaar van een nieuw verbond, en tot het bloed der besprenging, dat
krachtiger spreekt dan Abel. Ziet dan toe, dat gij Hem, die spreekt, niet
afwijst. Want als genen niet ontkomen zijn, toen zij Hem afwezen, die zijn
godsspraak op aarde deed horen, hoeveel te minder wij, als wij ons afwenden van
Hem, die uit de hemelen spreekt. Toen heeft zijn stem de aarde doen wankelen,
doch thans heeft Hij een belofte gegeven, zeggende: Nog eenmaal zal Ik niet
slechts de aarde, maar ook de hemel doen beven. Dit: nog eenmaal, doelt op een
verandering der wankele dingen als van iets, dat slechts geschapen is, opdat
blijve, wat niet wankel is. Laten wij derhalve, omdat wij een onwankelbaar
koninkrijk ontvangen, dankbaar zijn en hierdoor God vereren op een Hem
welbehagelijke wijze met eerbied en ontzag, want onze God is een verterend
vuur.` Eerst wordt de situatie bij de Sinai beschreven, het Oude Testament. Dan
gaat het verder met de situatie nu: Maar gij zijt genaderd tot..... De situatie
in het Nieuwe Testament is dus anders. We kunnen nu wel tot God naderen, i.t.t.
de mensen in het Oude Testament ! Immers alleen de Hogepriester mocht in het
Heilige der Heilige komen, en dat maar één keer per jaar. Maar het geeft ook
iets anders aan: Het gevaar is nu nog groter dan toen bij de Sinai. En toen waren
de mensen al erg bang. Het gevaar is nu nog groter, omdat de Here nu nog
dichterbij gekomen is. Hij heeft nu immers tussen ons gewoont, Zijn Geest woont in ons. Hij is dus nog veel
dichterbij dan toen op de Sinai. We moeten de Here die spreekt niet afwijzen,
Hij zal oordelen over levenden en doden. Ik denk dat dit ook aangeeft hoe we
tot Hem moeten komen in de kerkdiensten: Eerbiedig, Luisterend, Gehoorzaam.
Het is goed om eerst
duidelijk voor ogen te krijgen wat een kerkdienst eigenlijk is. In een
kerkdienst komt Gods gezin samen om Hem (God) te ontmoeten. Bij het gezin van
God horen ouderen, jongeren, armen, rijken, gehandicapten, professoren,
bouwvakkers en managers, kortom iedereen.
Kerkdienst betekent allereerst:
verwondering. Wij ontmoeten daar die grote God, de Here die hemel en aarde gemaakt heeft. In het Oude Testament
wordt dat genoemd: verschijnen voor Gods aangezicht. Denken wij heel groot van
onze God? En heel klein van onszelf? Iedere week opnieuw mogen we God
ontmoeten. Hij wil ook door ons geprezen worden. De grote en machtige God stelt
het op prijs dat wij Hem loven, ons lied voor Hem zingen. Indrukwekkend dat dat
kan. Maar we worden ook in de Bijbel gewaarschuwd dat het erop aan komt. Let
op, zei de Here, dat je Mij dient
zoals Ik gebied; doe daar niet aan toe en doe daar niets vanaf (Deut 12: 32).
We kennen uit de Bijbel
voorbeelden dat men het niet zo nauw nam. Vermoedelijk met de beste bedoelingen
en met groot enthousiasme. De twee oudste zonen van Aäron bijvoorbeeld, Nadab
en Abihu. Bij de inwijding van de tabernakel namen ze vreemd vuur, dat de Here niet geboden had. Daarmee
bedoelden ze niets verkeerds, ze waren gewoon enthousiast. Toch werden ze met
de dood gestraft omdat ze niet zorgvuldig genoeg waren (Lev. 10). Eeuwen later,
toen David de ark naar Jeruzalem wilde brengen, lette hij niet goed op Gods
voorschrift dat de ark gedragen moest worden, en niet op een wagen vervoerd.
Dat kostte Uzza het leven.
Dat was vroeger, het Oude
Testament, denken sommigen, dat geldt toch niet meer onder het Nieuwe
Testament, God is immers liefde? Lees dan eens goed Hebreeën 12:28 ‘Laten we
God vereren op een Hem welbehagelijke wijze met eerbied en ontzag, want onze God is een verterend vuur.’ De
Catechismus vat dit zo samen bij de uitleg van het tweede gebod: Wij mogen God
niet anders vereren dan Hij in zijn Woord geboden heeft. God vraagt dus
zorgvuldigheid.
Als we in de bijbel
kijken wat er gezegd wordt over kinderen in de kerk dan heb ik het volgende
gevonden. De brieven van onder andere Paulus waren bedoeld om in de kerkdienst
voor te lezen aan de gemeente (Kol. 4:16, 1 Tess 5:27, Openb. 2:7,11,17 etc.).
Alleen in bijvoorbeeld Ef 6:1 en Kol. 3:20 richt Paulus zich tot de kinderen. Zij
waren dus ook in de kerkdienst! Tegen hen wordt gezegd dat zij hun ouders
gehoorzaam moeten zijn. Ze worden dus verwezen naar hun ouders. Die zijn immers
verantwoordelijk voor de opvoeding van de kinderen, zie de derde vraag in de
doopbelofte.
De kinderen terugverwijzen
naar de ouders is geen afschepen, maar “welbehagelijk in de Here” (Kol 3:2b).
Dat staat ook in bijv. Deut 6:7 God spreekt tot zijn volk en zegt dan tegen de
ouders “gij zult het uw kinderen inprenten….. wanneer gij in uw huis zit”. Of
bijv. Joz. 4:21 als de kinderen niet begrepen wat die stenen daar in de Jordaan
deden dan moesten ze dat hun ouders vragen (zie ook: Deut 6:20 en 32:7). Ook in
het Oude Testament waren de kinderen er in de kerkdienst en tijdens de verkondiging
bij! (zie bijv. Deut 29:11 en Joz. 8:35). Zij horen immers evenals de
volwassenen bij het verbond. (Gen 17:7, Hand. 2:39).
Dat de kinderen een
behoorlijk deel van de preek niet begrijpen hoeft niet te betekenen dat zij
niet in de eredienst thuis horen. Paulus wist ook dat er kinderen in de kerk
waren, toch zijn zijn brieven niet bepaald van kinderlijk niveau. Zijn ideaal
was niet om zijn hoorders melk voor te zetten (1 Kor 3:1,2).
“Leren luisteren
bevordert het concentratievermogen en het taalbegrip. Door te gehoorzamen leren
kinderen het eigen belang opzij zetten en zich te beheersen
(zelfverloochening). Christelijk opgevoede kinderen zijn voorbereid op wat er
in de kerk aan aanpassing en ontvankelijkheid wordt gevraagd. Zeker als er
vooraf in aantrekkelijke zin over het kerkgaan wordt gesproken en het gehoorde
en beleefde gezamenlijk op kinderlijk niveau wordt verwerkt.” (B.F. Mulder,
Reformatie, nov. 1989)
De
preek is maar niet alleen bijbeluitleg waar iedereen zo veel mogelijk aan moet
hebben maar in de preek ontvangen wij van God de bediening van de verzoening!
De Dordtse leerregels spreken daarom steeds over de bediening van het
evangelie, omdat dat de weg is waarop God ons wil bekeren. Bedienen is een wat
ouderwets woord, je kunt het vergelijken met eten wat opgediend wordt door de
ober. De dominee is zeg maar de ober. De ober heeft het eten niet zelf gemaakt,
maar de kok. Zo heeft ook de dominee het eten niet gemaakt, maar hij verteld
als het goed is Gods Woord en niet zijn eigen ideeën en meningen. Op deze
manier worden wij in de preek bedient. We krijgen als het ware de verlossing
door Christus opgediend. De preek is dus veel meer dan alleen maar een verhaal
over de Bijbel door iemand die daar veel verstand van heeft, die ervoor geleerd
heeft. We luisteren ook niet naar de dominee omdat hij zo goed kan preken, maar
omdat hij door God geroepen is. Daarom hoort de preek ook centraal te
staan in de eredienst!
Maar ook in de Heidelbergse Catechismus wordt dit gezegd, God wil ons onderwijzen door de verkondiging van het evangelie (vr/ant 98). Wij hebben het geloof ontvangen door de preek (prediking) (Gal. 3:5). Naast de preek geeft God nog aanschouwelijk onderwijs door de sacramenten. Verder zijn er natuurlijk nog veel middelen die God gebruikt om ons te onderwijzen! Maar God geeft aan de prediking wel een bijzondere plaats.
Veel psychologen en sociologen vinden het belachelijk dat de kerk nog steeds vasthoud aan de preek in de kerkdienst. Dat werkt in deze tijd van snelle en flitsende beelden niet meer! ‘De wereld’ vindt preken niet meer van deze tijd, ze vinden preken dwaasheid. Tot die conclusie kwam Paulus ook al: ‘heeft het Gode behaagd om door de dwaasheid van de predeking te redden hen, die geloven.’ (1 Kor 1: 21). Want wat voor de wereld (de ongelovigen) dwaasheid is, heeft God tot wijsheid gegeven. (1 Kor. 1: 18-20). God weet ook best wel dat wij het moeilijk vinden om te geloven door alleen mar te luisteren. We willen het ook graag zien en voelen, proeven. Net als Thomas, hij wilde pas geloven als hij de wonden in de handen en de zij van Jezus gezien had. Eerst zien dan geloven, zo zitten we in elkaar. Tekenend is wat de Here Jezus aan Thomas antwoord: “Zalig zij, niet niet gezien hebben en toch geloven”. En desondanks geeft God ook zichtbare en voelbare tekens van Zijn beloften. Namelijk twee sacramenten: de doop en het avondmaal. Het is altijd al zo geweest dat mensen ‘slechts’ twee sacramenten niet genoeg vinden. De Rooms Katholieke Kerk heeft zeven sacramenten en ook beelden als boeken voor de leken (de gewone gelovigen). Ook nu weer vinden we luisteren en twee sacramenten niet genoeg en willen andere beelden. Bijvoorbeeld door tijdens preken allerlei voorwerpen mee te nemen en te laten zien, een soort aanschouwelijk onderwijs. De Catechismus geeft hier een duidelijk antwoord op bij de behandeling van het tweede gebod. “want wij moeten niet wijzer zijn dan God, die zijn christenen niet door stomme beelden, maar door de levende verkondiging van zijn woord wil onderwijzen.”. (Jer. 10: 5, 8, Hab. 2: 18,19, Rom 10: 14-17, 2 Tim. 3: 16, 17, 2 Pet. 1: 19)
Daarom kunnen wij onze
kinderen de preek toch niet onthouden, ook niet één keer, net zoals wij dat
elke zondag twee keer nodig hebben. God wil zijn volk, de hele gemeente ontmoeten, in elke
kerkdienst. Ook de kinderen maken deel uit van de gemeente, ze zijn bij de
gemeente ingelijfd (H.C. vr/ant 74). God roept ons op naar zijn Woord te
luisteren, Gods Woord gebracht door predikers, amtsdragers, dus in de
kerkdienst! (Rom. 10:14, 17).
Er zijn verder veel
mogelijkheden om de kinderen bij de eredienst te betrekken, bijvoorbeeld:
-
samenvatting van de
preek uitdelen voor of na de dienst (met bijv een kleurplaat, bijbelverhaal op
kinderniveau etc.)
-
Preekverslag laten
maken en thuis bespreken na de kerkdienst
-
Taalgebruik proberen
aanpassen aan deze tijd en aan kinderen (zolang dit geen tekort doet aan Gods
Woord)
Ik ben
me ervan bewust dat dit nu niet echt spectaculaire en vernieuwende ideeën zijn.
Er zijn ook vast nog wel meer dingen de verzinnen die de jeugd bij de eredienst
betrekken, zonder af te doen aan het karakter van de eredienst. Maar zo
werkt de Here ook meestal, niet op een voor ons gevoel heel spectaculaire
wijze. Maar gewoon door ouders die hun kinderen van God vertellen. En door
‘gewone‘ preken waarin Gods Woord wordt bediend.
Hoe onze kinderen
aankijken tegen de kerk zegt ook veel over onszelf (over de ouders). Laten we
onszelf beproeven.
We hopen dat dit artikel
bijdraagt aan de opbouw van de gemeente, tot eer van Hem.
Met broeder en
zustergroet,
Hugo en Heleen Bos