IN EENHEID VAN HET WARE GELOOF

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

                               W. J.  Heeringa

 

                               24 oktober 2000

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


In eenheid van het ware geloof

==============================

 

Inleiding

---------

 

De Zoon van God vergadert uit het hele menselijke geslacht Zich een gemeente

door Zijn Geest en Woord in eenheid van het ware geloof (HC Zondag 21, vraag en

antwoord 54). Eenheid tussen kerken is alleen mogelijk wanneer sprake is van

kerkvergadering in eenheid van het ware geloof is. Dit overzicht wil de lezer

helpen om te kunnen beoordelen of eenheid mogelijk is tussen de Gereformeerde

Kerken in Nederland (GKN), de Christelijke Gereformeerde Kerken (CGK) en de

Nederlands Gereformeerde Kerken (NGK).

 

 

Waarom afscheiding?

-------------------

 

In 2Cor 6:17 staat: "Daarom gaat weg uit hun midden, en scheidt u af, spreekt de

Here, en houdt niet vast aan het onreine".

In Openb 18:4 lezen we: "Gaat uit van haar, mijn volk, opdat u geen gemeenschap

hebt aan haar zonden en niet ontvangt van haar plagen".

 

 

Waarom éénwording?

------------------

 

In Psalm 133 lezen we: "Ziet, hoe goed en hoe liefelijk is het, als broeders ook

tezamen wonen..", "Want daar gebiedt de HERE de zegen, leven tot in eeuwigheid".

In Matth 12:30 of Luc 11:23 zegt Jezus: "Wie met Mij niet is, die is tegen Mij,

en wie met Mij niet bijeenbrengt, die verstrooit."

In Joh 10:16 spreekt Jezus over "één kudde, onder één Herder".

In Joh 17:20-23 zegt Christus: "En Ik bid niet alleen voor dezen, maar ook voor

hen, die door hun woord in Mij geloven, opdat zij allen één zijn, gelijk U,

Vader in Mij en Ik in U, dat ook zij in Ons zijn; opdat de wereld gelove, dat U

Mij gezonden hebt. En de heerlijkheid, die U Mij gegeven hebt, heb Ik hun

gegeven, opdat zij één zijn, gelijk Wij één zijn: Ik in hen en U in Mij, dat zij

volmaakt zijn tot één, opdat de wereld erkenne, dat U Mij gezonden hebt, en dat

U hen liefgehad hebt, gelijk U Mij liefgehad hebt."

In Rom 12:4-5 en 1Cor 12:12-27 zegt Paulus dat de gemeente, de kerk, één lichaam

is in/van Christus.

Ook in 1Cor 1:10-13 lezen we over éénheid: "Christus is niet gedeeld".

In Fil 1:27 worden al de heiligen in Filippi opgeroepen één van geest te zijn om

zo de gezamenlijke strijd te voeren in het geloof.

In Ef 3:17,18 staat geschreven: "Geworteld en gegrond in de liefde, zult u dan,

samen met alle heiligen, in staat zijn te vatten, hoe groot de breedte en lengte

en hoogte en diepte is".

Ef 4:3-6: Ik vermaan u u te beijveren de éénheid van de Geest te bewaren door

de band van de vrede: één lichaam en één Geest, gelijk u ook geroepen bent in de

ene hoop van uw roeping, één Here, één geloof, één doop, één God en Vader van

allen, die is boven allen en door allen en in allen.

In Ef 6:24 lezen we: "De genade zij met allen, die onze Here Jezus Christus

onvergankelijk liefhebben".

In Fil 2:1,2 schrijft Paulus: Indien er dan enig beroep (op u gedaan mag worden)

in Christus, indien er enige bemoediging is van de liefde, indien er enige

gemeenschap is van de geest, indien er enige ontferming en barmhartigheid is,

maakt (dan)  mijn blijdschap volkomen door eensgezind  te zijn, één in

liefdebetoon, één van ziel, één in streven.

1Tim 3:15: Mocht ik nog uitblijven, dan weet u, hoe men zich behoort te gedragen

in het  huis van God,  dat is de  gemeente van de  levende God, een

pijler en fundament van de waarheid.

Korte kerkgeschiedenis

======================

 

In 1834: Afscheiding. Belangrijkste reden: Binnen De Nederlands Hervormde Kerk

werd de leer van de Drie Formulieren van Enigheid niet meer gehandhaafd. Er was

geen leertucht meer in de kerk, maar leervrijheid. De opstellers van de "Acte

van Afscheiding of Wederkeer" verklaarden "tevens gemeenschap te willen oefenen

met alle ware Gereformeerde lidmaten en zich te willen verenigen met elke op

Gods Woord gegronde vergadering".

 

Twee groepen afgescheidenen:

1. De Gereformeerde Kerk in Nederland (officieel) of Gereformeerde Kerken onder

   het Kruis (niet officieel). De naam "Gereformeerd" wordt niet prijsgegeven

   omdat de afgescheiden kerk de wettige voortzetting was. Verder wilde zij bij

   de overheid geen erkenning als kerkgenootschap aanvragen omdat ze dit een

   verloochening vond van het koningschap van Christus. Ook wilde ze vasthouden

   aan de Dordtse Kerkorde en de psalmberijming van Petrus Datheen.

2. Christelijk  Afgescheiden  Gemeente.  De  naam  "Gereformeerd" wordt prijsge-

   geven. Daardoor voor hen beëindiging van de vervolgingen.

 

In 1841 werd ds. Ledeboer afgezet als predikant in de Ned. Herv. Kerk te Bent-

huizen omdat hij zich niet kon verenigen met de Reglementenbundel en de gezan-

gen. Hieruit onstonden de Ledeboeriaanse Gemeenten.

 

In 1869: Hereniging van de Gereformeerde Kerken onder het Kruis en de Christe-

lijk Afgescheiden gemeente. Naam: Christelijke Gereformeerde Kerk. Niet alle

Gereformeerde Kerken onder het Kruis gingen mee. Hun bezwaar tegen de Christe-

lijk Afgescheiden Gemeente was dat het welmenende aanbod van Gods genade te één-

zijdig op de voorgrond werd gesteld ten koste van de belijdenis dat het geloof

een gave van God is.

 

In 1886: doleantie (klagen over het verval in de kerk). Belangrijkste reden:

verschillende onschriftuurlijke synodale besluiten. Moeiten met het instituut en

zijn hiërarchie. Naam: Nederduitse Gereformeerde kerk (doleerende). Nog steeds

zijn er binnen de Ned. Herv. Kerk mensen die klagen over het verval in de kerk,

en zich in alles willen houden aan Schrift en belijdenis. Zij willen echter de

Ned. Herv. Kerk niet verlaten maar zijn binnen die kerk verenigd in de Gerefor-

meerde Bond.

 

In 1892: vereniging van de Christelijke Gereformeerde Kerk en de Nederduitse

Gereformeerde kerk. Naam: De Gereformeerde Kerken in Nederland. Niet alle

Christelijke Gereformeerde kerken gingen met de "vereniging" mee. Zij bleven

apart voortleven en hielden de naam "Christelijke Gereformeerde Kerk". Dit van-

wege bezwaren tegen de dolerenden: hun weigering de Ned. Herv. kerk als valse

kerk te zien, hun opleiding van predikanten aan de Vrije Universiteit, de leer

van Kuyper over verbond en doop. De Christelijke Gereformeerde Kerken staan op

de grondslag van Gods Woord en de Drie Formulieren van Eenheid terwijl voor de

kerkregering de Dordtse kerkorde van kracht is.

 

In 1905 wordt op de generale synode van de Gereformeerde Kerken in Nederland te

Utrecht vanwege twistpunten over verbond en doop een compromisformule opgesteld

welke door zowel de afgescheidenen als de dolerenden werd aanvaard. In feite

werden de gedachten van dr. Kuyper inzake de zgn. veronderstelde wedergeboorte

door de formule veroordeeld.

 

In 1907 verenigden de Gereformeerde Kerken onder het Kruis die niet waren meege-

gaan met de vereniging in 1869, zich met de Ledeboeriaanse Gemeenten en heten

vanaf dat moment: Gereformeerde Gemeenten. Bij de Gereformeerde Gemeenten funk-

tioneren de Drie Formulieren van Enigheid als akkoord van de kerkgemeenschap. Ze

hebben bindend gezag. Voor de kerkregering geldt de Dordtse kerkorde. Voor hen

blijft de Nederlands Hervormde Kerk de kerk der Vaderen.

 

Ds. J. G. Geelkerken werd door de Generale Synode Assen 1926 geschorst en

afgezet. Zijn leer werd veroordeeld. In een preek over HC Zondag 3 bepleitte hij

vrijheid om in twijfel te trekken of de boom en de slang van Genesis 3 echt

zintuigelijk-waarneembare werkelijkheden waren geweest. Hij en zijn medestanders

verenigden zich in De Gereformeerde Kerken in hersteld verband.

 

In 1944: vrijmaking. De kerken die zich vrijmaakten hielden de naam:

Gereformeerde Kerken in Nederland. Zij maakten zich vrij van de binding aan:

 

- De leeruitspraken: De leer van Kuyper over verbond en doop werd in 1942 tot

  officiële kerkleer verheven.

- De tuchtmaatregelen: Trouwe dienaren van Christus werden geschorst, afgezet

  of van de kansel geweerd. De synode treedt eigenmachtig op als kerkeraad.

 

De ondertekenaars van de "Acte van Vrijmaking of Wederkeer" spraken over het

"bereid zijnde, zoo haast als men dit hebben kan, gemeenschap te willen oefenen

met allen, die in de eeuwigheid der Leer welke naar den Woorde Gods is, met ons

willen leven of gaan leven in een aangenomen of weder aan te nemen Kerkordening,

op dat Woord gegrond." Onder de kerken die zich niet vrijmaakten, vindt men ver-

ontrusten die wel de leeruitspraken en tuchtmaatregelen afkeuren, maar niet mee

wilden gaan met de vrijmaking.

 

In 1946 gaan de Gereformeerde Kerken in hersteld verband op in de Nederlands

Hervormde Kerk.

 

In 1947 werd ds. H. Visser, predikant te Rotterdam, geschorst. Hij verliet toen,

met het grootste deel van zijn gemeente de Christelijke Gereformeerde Kerk.

Naam: Christelijke Gereformeerde Gemeenten. In 1952 brak ds. J. G. van Minnen,

predikant te Huizen,  "gezien  de huidige  situatie in  de Christelijke Gerefor-

meerde Kerken" met deze kerken. Hij werd door een deel van zijn gemeente ge-

volgd. Naam: Christelijke Gereformeerde Gemeenten in Nederland.

 

In de jaren 1967-1970: kerkstrijd over de volgende punten:

 

- Er werd ruimte gevraagd om af te wijken van de gereformeerde leer: ds. Telder

  te Breda  leerde dat de  ziel van een gestorven  gelovige niet onmiddellijk na

  het sterven tot Christus werd opgenomen, maar in een onbewuste toestand de dag

  van Jezus' komst moet afwachten, om dan pas weer bewust te worden in een ver-

  heerlijkt lichaam. J. O. Mulder en ds. G. Visee te Kampen meenden dat de wet

  van de tien geboden als oudtestamentisch had afgedaan.

- Sommigen  wilden af van de binding aan de Dordtse Kerkorde. Besluiten van

  meerdere vergaderingen legde men soms zonder meer naast zich neer. Geen één-

  heid van kerkverband maar independentisme.

- Enkelen beschouwden de Vrijmaking als een broedertwist die zo snel mogelijk

  ongedaan moest worden gemaakt. Er waren er, die tegen de schorsing en afzet-

  ting van ds. A. van der Ziel van Groningen-Zuid waren, die tegen het besluit

  van zijn kerkeraad in toch ging samenspreken met afgevaardigden van de synoda-

  le kerk ter plaatse, "om zó tot kerkelijke éénheid te komen". Hierdoor is de

  zgn. Tehuis-gemeente ontstaan. In de Open Brief werd de vrijmaking als werk

  van de Here, en de binding aan de gereformeerde belijdenis in geding gebracht.

 

In 1967 veroordeelde de Generale Synode de Open Brief. Op verschillende plaatsen

ontstonden breuken en kwamen gemeenten buiten het kerkverband te staan. Naam van

deze kerken sinds 1979: Nederlands Gereformeerde Kerken.

 

In 1985 werd ds. J. Hoorn, predikant te Grootegast, door de synode afgezet. Hij

verliet in 1986 met een deel van zijn gemeente de Gereformeerde Kerken in

Nederland. Ds. Hoorn leerde in zijn geschriften impliciet dat er buiten de (wa-

re) kerk geen gelovigen (kunnen) zijn. Door hetzelfde ware geloof waardoor men

Christus wordt ingelijfd wordt men de christelijke kerk ingelijfd. Het vergader-

werk van Christus uit alle volken beperkt ds. Hoorn tot het steeds weer bijeen-

brengen van de kerkleden in de samenkomst. Artikel 28 NGB vermaant niet tot het

(eenmalig) lid worden van de kerk, maar op grond van het lid zijn van de kerk

tot het zich als lid der kerk gedragen. Naam: Gereformeerde Kerk.

 

 

Historisch overzicht kerkelijke éénheid

=======================================

 

Op diverse generale synoden van 1892 tot 1914 stond het punt van kerkelijke een-

heid op de agenda.

 

De Generale Synode 1896 had de blik gericht op kerken of kerkengroepen "die wel

de Belijdenis en de Kerkenordening der Gereformeerde Kerken aanvaard hebben,

doch niet met de Geformeerde Kerken in hetzelfde Kerkverband vereenigd zijn"

 

In 1933 is er vanuit de kerken een reeks voorstellen "inzake de eenheid aller

gereformeerden". De synode besluit tot hervatting van het kontakt met de CGK.

Dit leverde geen tastbaar resultaat op.

 

De Generale Synode Groningen 1946 besloot '- om practische redenen voorshands

zich daartoe beperkende - contact te zoeken met de Christelijke Gereformeerde

Kerk, die met ons staat op dezelfde basis van Gods Woord en de Drie Formulieren

van Eenigheid, teneinde in den weg van samenspreking of correspondentie na te

gaan, wat ons vereenigt en wat ons nog verdeelt, en gezamenlijk middelen te

beramen, die onder den zegen des Heeren kunnen leiden tot kerkelijk samenleven".

Zij benoemde daartoe een achttal deputaten.

 

De Generale Synode Utrecht 1947 (CGK) besloot toen deputaten te benoemen voor

kontakt met de gereformeerde belijders. Men zocht deze in de Gereformeerde Ker-

ken, maar ook in de syn. Geref. Kerken, in de Gereformeerde Gemeenten en in de

Gereformeerde Bond. In  christelijke gereformeerde kring werd daar later gezegd:

"Utrecht keek dus niet alleen naar de vrijgemaakte kerken, maar ook naar de sy-

nodale kerken. Onze middenpositie werd daarmee duidelijk aangegeven. Het was te-

gelijk in eigen kring duidelijk, dat we niet éénzijdig wilden zijn en geen bij-

zondere plannen hadden ten aanzien van een bepaalde kerk" (citaat van ds. J. H.

Velema uit: "Kerk tussen klem en knoop").

 

De Generale Synode Amersfoort 1948 benoemde opnieuw deputaten met gelijke op-

dracht.

 

De Generale Synode Kampen 1951 besloot "de eerstkomende Generale Synode van de

Christelijke Gereformeerde Kerken om des Heeren wil,  (...), ernstig te verzoe-

ken, indien ook zij van oordeel is, dat verder uitstel van kerkelijke vereeni-

ging van wie hun geloof, naar den woorde Gods is, in eenzelfde belijdenis uit-

spreken, niet langer verantwoord is, deputaten te benoemen, en deze in dier voe-

ge te instrueeren, dat de begeerde en als geboden erkende vereeniging voorbereid

worde en zoo spoedig mogelijk haar beslag krijge". Zij benoemde deputaten om,

indien aan dat verzoek wordt voldaan, mét deputaten van de Christelijke Gerefor-

meerde Kerken "alle voorbereidingen te treffen, die noodig zijn om de vereeni-

ging van de Christelijke Gereformeerde Kerken en De Gereformeerde Kerken tot

stand te doen komen".

 

De  Generale Synode  Berkel  en Rodenrijs  1952  benoemde deputaten met dezelfde

opdracht.

 

De Generale Synode Apeldoorn 1953 (CGK) ging op het ernstige verzoek niet in.

Zij besloot deputaten te benoemen "om van het schriftuurlijk confessioneel be-

ginsel onzer kerken rekenschap te geven".

 

De Generale Synode  Enschede  1955/1956  benoemde  geen  deputaten, maar stuurde

wél een (antwoord)brief, waarin gevraagd werd om nadere verantwoording van dat

schriftuurlijk confessioneel beginsel, en waarin ook weer aangedrongen werd op

vereniging.

 

De Generale Synode Apeldoorn 1956 (CGK) geeft geen nadere verantwoording van het

schriftuurlijk confessioneel beginsel.

 

De Generale Synode Bunschoten-Spakenburg 1958/1959 sprak uit: "om 's Heeren wil

nog steeds te zoeken de vereniging met de Christelijke Gereformeerde Kerken, op

de grondslag van Gods Woord, zoals dat beleden wordt in de ook door deze Kerken

aanvaarde belijdenisgeschriften en die alleen".  Zij benoemde wél deputaten met

de opdracht "met de Christelijke Gereformeerde deputaten al die zaken te bespre-

ken, die de verhouding tussen onze Kerken raken, opdat die verhouding duidelijk

worde en beide Kerken een verantwoorde beslissing kunnen nemen". Ook zij zond

een brief waarin op vereniging naar de "eis des Heeren" aangedrongen werd.

 

De Generale Synode Assen 1961 sprak uit: "dat waar het de roeping der Kerk is

het Woord te bewaren, de Christelijke Gereformeerde en de Gereformeerde Kerken

zich ook blijkens de Acte van Afscheiding of Wederkering voor de eis gesteld

zien, zulks in éénheid van samenleven te doen". Zij benoemde deputaten met de

opdracht mét deputaten van de Christelijke Gereformeerde Kerken "wegen te zoe-

ken, welke tot de geboden en begeerde vereniging kunnen leiden".

 

De Generale Synode Haarlem-Santpoort 1962 (CGK) was van oordeel dat

 

1. de Gereformeerde kerken zich in alles willen stellen op de grondslag van Gods

   heilig Woord en de gereformeerde belijdenis als daarop gegrond, en het daarom

   roeping is te staan naar eenheid;

2. er verschillen gebleken zijn met name ten aanzien van de toeëigening des

   heils en met betrekking tot de hantering van het gereformeerd belijden om-

   trent de kerk. (In welk opzicht de GKN over deze zaken confessioneel niet

   recht zouden spreken gaf de synode niet aan.)

 

De Generale Synode Rotterdam-Delfshaven 1964/1965 overwoog: "dat, aangezien

zowel de Christelijke Gereformeerde Kerken als de Gereformeerde Kerken dezelfde

belijdenisgeschriften aannemen als op Gods Woord gegronde formulieren van

enigheid, zij van 's Herenwege verplicht zijn de weg naar eenheid daadwerkelijk

te gaan betreden". Zij herhaalde en onderstreepte de uitspraak van de Generale

Synode Assen 1961. Zij besloot: " met het oog op het werk des Heren in de

vergadering van zijn kerk hier te lande, een beroep te doen op de eerstvolgende

generale synode van de Christelijke Gereformeerde Kerken, om de verschillen niet

langer aan te merken als beletsel om tot eenheid te komen, of aan te geven op

welke grond die verschillen als beletsel om te eenheid te komen moeten gelden.

Zij benoemde deputaten met de opdracht: "wanneer de generale synode van de

Christelijke Gereformeerde en de Gereformeerde Kerken Gods Woord zullen bewaren

in eenheid van samenleven, met deputaten van de Christelijke Gereformeerde

Kerken wegen te zoeken, die tot vereniging der kerken kunnen leiden". Zij zond

een brief aan de eerstvolgende generale synode van de Christelijke Gereformeerde

Kerken.

 

De Generale Synode Zwolle-Apeldoorn 1965/1966 (CGK) sprak over verschillen

t.a.v. de toeëigening des heils, de hantering van het gereformeerde belijden

omtrent de kerk, de bediening des Woords en de tuchtoefening in de kerken. Ze

gaf niet aan op welke grond deze verschillen zodanig waren dat ze een beletsel

vormden om te komen tot eenheid.

 

De Generale Synode Amersfoort-West 1967 benoemde géén deputaten, "aangezien

deputaten in de loop der jaren al vele dingen met elkaar doorgesproken hebben en

bovendien deputaten van de synode van de Christelijke Gereformeerde Kerken

1965/1966 zich ervan onthouden hebben een schriftelijke uiteenzetting te geven

van wat hun kerken in meeste vergadering op het oog hebben, als zij van

verschillen spreken, en opmerkten dat hún mening nog niet die van de kerken is".

Zij stuurde wél een brief, waarin bedenking en bezorgdheid werd uitgesproken

over de "pluriformiteitsidee" in de Christelijke Gereformeerde Kerken en haar

toetreding tot de Internationale Raad van Christelijke Kerken, de I.C.C.C., en

de Gereformeerde Oecumenische Synode, de G.O.S., waarover door de deputaten al

menigmaal en grondig gesproken is en die voor de Gereformeerde Kerken op de weg

naar eenheid met de Christelijke Gereformeerde Kerken een struikelblok is.

 

De Generale Synode Hilversum 1968/1969 (CGK) was van oordeel dat de verschillen

t.a.v. de toeëigening van het heil en de hantering van het belijden omtrent de

kerk "wezenlijke verschillen" zijn. Het eerste verschil zou niet binnen het raam

van de belijdenis gelegen zijn. Opnieuw gaf de synode niet aan op welke punten

van de belijdenis werd afgeweken. Verder weigerde de synode het lidmaatschap van

de G.O.S. te beëindigen.

 

De Generale Synode Hoogeveen 1969/1970 sprak uit: "dat tot haar diep leedwezen

de Gereformeerde Kerken verhinderd worden om de weg te betreden tot de door

zeven voorgaande generale synoden en ook door deze synode zozeer begeerde

eenheid van kerkelijk samenleven met de Christelijke Gereformeerde Kerken,

zolang  deze  daarvoor  voorwaarden  blijven  stellen,  die  boven  de

gemeenschappelijke belijdenis van het Woord Gods uitgaan, en tegelijk blijven

vasthouden aan een oefening van gemeenschap met anderen, die niet naar deze

gereformeerde confessie is maar veel meer een oecumenisch streven openbaart".

Zij besloot géén deputaten te benoemen, maar wél de Christelijke Gereformeerde

Kerken dringend te verzoeken het mogelijk te maken, door aan de appèls van de

Generale Synode Amersfoort-West 1967 en haar alsnog gehoor te geven, "tezamen

metterdaad de weg te kunnen betreden tot vereniging van de Christelijke

Gereformeerde Kerken en de Gereformeerde Kerken in Nederland op de grondslag van

Gods Woord en de door deze kerken tezamen aanvaarde belijdenisschriften en die

alleen; voorts dit te doen met de ootmoedige bede tot de Here in deze voor de

kerken zo bewogen situatie, dat Zijn Heilige Geest de harten in de Christelijke

Gereformeerde Kerken en de Gereformeerde Kerken moge brengen onder de klem van

de eis van Christus om tegenover het valse eenheidsstreven en temidden van de

afval onzer dagen de ware kerkelijke gemeenschap te zoeken en te oefenen van

hen, die vasthouden aan het geloof, dat eenmaal den heiligen is overgeleverd en

dat geloof naar het Woord Gods in eenzelfde belijdenis uitspreken".

 

De Generale Synode Rotterdam 1971/1972 (CGK) spreekt haar teleurstelling uit

over het besluit van de synode van Hoogeveen, geen deputaten voor samenspreking

met de christelijke gereformeerde deputaten te benoemen. Zij verklaarde verder,

dat bij haar gebleven was de vrees voor eenzijdigheden bij de Gereformeerden,

met name ten aanzien van de toeëigening van het heil. Ook in het verstáán van de

Belijdenis moet je één zijn. Verder: het lidmaatschap van de G.O.S. is geen

toetssteen van ware of valse oecumenische gezindheid; wij zijn er dan ook niet

van overtuigd ons G.O.S.-lidmaatschap te moeten beëindigen.

 

De Generale Synode Hattem 1972/1973 refereerde in een brief aan de Christelijke

Gereformeerde Kerken aan de Generale Synode Amersfoort-West 1967, sloot zich bij

háár uitspraak. De synode wees erop, dat de CGK in 1947 de weg zijn opgegaan van

het aanwijzen van eenzijdigheden, links en rechts van hun als centrum-positie

opgegeven plaats. De verhouding tussen de GKN en de synodale kerken wordt óók

onder deze noemer gebracht evenals later die tussen de GKN en de kerken-buiten-

verband. Deze synode besluit dan ook, niet te voldoen aan het verzoek opnieuw

deputaten tot samenspreking met de christelijke gereformeerde deputaten te be-

noemen.

 

De Generale Synode Kampen 1975 deed per brief een dringend beroep op de Christe-

lijke Gereformeerden antwoord te geven op de vragen:

 

"1. Indien u met uw voorgangsters van mening bent, dat er verschillen zijn die

    een verhindering op de weg naar daadwerkelijke eenheid vormen, wilt u dan

    aangeven, op welke Schriftuurlijke gronden deze verschillen naar uw oordeel

    een verhindering vormen?

 2. Kunt u ons duidelijk maken, waarom uw Generale Synode van Amsterdam van oor-

    deel was, dat de wederzijdse toenadering van uw en onze kerken thans niet

    gediend is door het doen van duidelijke uitspraken omtrent deelneming aan

    organisaties als de I.C.C.C. en de G.O.S., mee gelet op de bezwaren die met

    name door onze generale synoden van Amersfoort-West 1967 en Hoogeveen 1969/

    1970  ter kennis werden gebracht?".

 

Zij sprak zorg uit over bepaalde ontwikkelingen in het kerkelijk leven van de

CGK. Vooral hebben geschriften de aandacht, in verband met de verhouding tot de

GKN, waarin instemming wordt betuigd met de opheffing van de binding aan de uit-

spraken van  'Assen-1926' in de synodaal-gereformeerde kerken, alsmede verdere

publicaties over Genesis 2 en 3 binnen de CGK. Ook deze synode benoemde géén

deputaten.

 

De Generale Synode Hoogeveen 1977 (CGK) bleef stellen:

 

1. dat de verschillen ten aanzien van de toeëigening van het heil en de hante-

   ring van de belijdenis omtrent de kerk méér zijn dan accentsverschillen.

   (Evenwel werd ook nu niet voldaan aan het dringend verzoek om aan te geven in

   welk opzicht de GKN in dezen zouden ingaan tegen de Belijdenis),

2. dat wel een einde gemaakt is aan het lidmaatschap I.C.C.C. (echter niet van-

   wege de dwaalleer in deze organisatie), maar niet aan dat van de G.O.S.. Dat

   is een zaak van wereldwijde roeping. Deze synode herhaalt dan de verzekering

   van de synode van de Generale Synode CGK Haarlem-Santpoort 1962: Wij zien uw

   kerken als kerken die zich in alles willen stellen op de grondslag van Gods

   Woord en de gereformeerde belijdenis, als daarop gegrond.

 

Op de in de brief van de Generale Synode Kampen 1975 geuite zorg ten aanzien van

bepaalde ontwikkelingen in de Christelijke Gereformeerde Kerk, wordt niet inge-

gaan.

 

De Generale Synode Groningen-Zuid 1978 benoemde evenmin deputaten, maar schreef

ook een brief, waarin weer op de eis tot eenheid werd gewezen. De CKG nemen nog

deel aan de G.O.S., waartegen de Gereformeerde Kerken ernstige bezwaren hebben.

Ook tegen hun contacten met de Nederlandse Gereformeerde Kerken wordt bezwaar

aangetekend. Met name tegen hun "vrijblijvendheid" (het naar meer dan één zijde

tegelijk contacten willen onderhouden en besprekingen willen voeren) richten

zich de bezwaren.

 

De Generale Synode Amersfoort 1980 (CGK) schrijft een brief die begint met een

weergave van de verschillende standpunten volgens christelijke gereformeerde

zienswijze. Uw visie, alsdus deze brief, is: we hebben dezelfde confessionele

grondslag, en dus moeten we één worden. Onze visie: we hebben wel dezelfde

grondslag, maar in de funktionering van de grondslag in de praktijk van het

kerkelijk leven zijn wij uiteengegaan. Dan volgen weer de bekende twee punten:

 

1. Weer worden genoemd bezwaren tegen 'uw kerkelijke opstelling die samenhangt

   met uw hantering van de belijdenis met betrekking tot de kerk'; weer wordt

   verzocht deputaten voor samenspreking te benoemen.

2. Het lidmaatschap van de G.O.S. en ons kontakt met de NGK zijn geen verhinde-

   ring om de Gereformeerde Kerken in oprechtheid te zoeken. 'Als wij het gebod

   tot eenheid verkeerd hebben betracht door het leggen van kontakten, die naar

   uw overtuiging verkeerd zijn, dan is het uw plicht ons dat duidelijk uit te

   leggen, en dit niet alleen per brief'.

 

De Generale Synode Arnhem 1981 benoemde ook geen deputaten, schreef ook een

brief, waarin zij eraan herinnerde dat steeds twee zaken aan de orde zijn geko-

men:

 

a. van uw kant werd steeds weer de voorwaarde gesteld dat er eerst eenheid van

   gevoelen behoorde te zijn in de opvattingen omtrent de toeëigening des heils

   en de hantering van het belijden omtrent de kerk;

b. van onze kant is steeds weer bezwaar gemaakt tegen uw lidmaatschap van de Ge-

   reformeerde Oecumenische Synode, en waarin zij haar bezwaren uitte tegen de

   contacten met de Nederlands Gereformeerde  Kerken.

 

Verder noteerde de synode dat prof. B. J. Oosterhoff, hoogleraar Oude Testament

aan de Theologische Hogeschool van de CGK, heeft geschreven:

 

a. met betrekking tot de boom van de kennis van goed en kwaad: 'dit is voor de

   mens een verboden boom, dat hij zelf gaat bepalen wat goed is en wat kwaad'

   (Hoe lezen we Genesis 2 en 3? pagina 154).

b. met betrekking tot de slang en haar spreken: 'Het is echter de vraag of dat

   de bedoeling is en of we in Genesis 2 en 3 te doen hebben met een historische

   nauwkeurige weergave van wat eenmaal is geschied. In het voorafgaande vonden

   we reeds verscheidene symbolische trekken en daarom moeten we eerder denken

   aan een symbolische weergave'. (pagina 174)

c. met betrekking tot de boom van het leven: 'Ik zie geen andere oplossing dan

   niet alleen de levensboom, maar ook heel de wijze van spreken daarover, sym-

   bolisch te verstaan'. (pagina 135) De synodaal Geref. Kerken stelden '1926'

   terzijde. En dat vond instemming bij een andere hoogleraar aan de Theologi-

   sche Hogeschool van de CGK, prof. dr. J. P. Versteeg.

 

Hoewel in de bespreking van het moderamen van de Generale Synode CGK Hoogeveen

1977 met het moderamen van de Generale Synode Groningen-Zuid 1978 werd meege-

deeld dat deze zaak intern was opgelost, is prof. Oosterhoff voortgegaan op de

ingeslagen weg blijkens de volgende publikaties: "Schriftgezag en Modern Bijbel-

onderzoek", in "Het Hoge Woord", Amsterdam 1976 pagina 93-114; "Doet het funda-

mentalisme recht aan de Heilige Schrift?" in "Credo" 7e jaargang no. 9 pagina

7-15; en een artikel in "Credo" jaargang 1981 no. 4.

 

De synode riep de CGK dringend op allereerst in eigen kerken de eenheid in de

waarheid te herstellen. Want, zo schreef ze, eenheid met de Gereformeerde Kerken

zal nooit tot stand kunnen komen wanneer de eenheid in eigen boezem verdwenen is

en de verdeeldheid getolereerd blijft. Slot van de brief: Een oproep tot open-

lijke keuze voor de belijdenis van de waarheid van Gods onfeilbaar Woord, waar-

toe de synode de CGK de verlichting door de Heilige Geest van harte wenst.

 

De Generale Synode Rotterdam 1983 (CGK) ging op geen enkel punt van de brief in.

Niets over de GOS, niets over het kontakt met de NGK. Alleen iets over de

bezwaren tegen twee hoogleraren in Apeldoorn. Maar niet inhoudelijk ging de CGK

daarop in. Ze heeft alleen maar uitgesproken, dat ze afkeurde dat de GKN deze

beschuldigingen publiek heeft genoemd; ook veroordeelde ze het feit dat het

synodebesluit van de GKN (samen met het historische overzicht van alle kontakten

met de CGK) voor kerkleden beschikbaar was gesteld. Dat was gebeurd in een

aparte uitgave onder de titel: Het Woord laten staan - Een oproep tot keuze.

 

De Generale Synode Heemse 1984/1985 tenslotte benoemde ook geen deputaten, maar

deed per brief een dringend appèl op de CGK een schriftuurlijke beslissing te

nemen ten aanzien van de in de brief van de Generale Synode Arnhem 1981 genoemde

publikaties van twee van hun hoogleraren; het lidmaatschap van de G.O.S., en het

kontakt met de Nederlands Gereformeerde Kerken". Ook verzocht zij in die brief:

"over de door u gestelde verschillen ten aanzien van de toeëigening des heils en

de hantering van het belijden omtrent de kerk aan onze eerstkomende generale

synode schriftelijk uw bezwaren mee te delen, zodat door beide handelingen het

spreken over vereniging weer een zinvolle zaak kan zijn".

 

De Generale Synode 's-Gravenhage 1986 (CGK) schrijft dat de GKN veel meer kan

bereiken d.m.v. een broederlijk gesprek met vertegenwoordigers van de CGK. Het

wisselen van brieven van synode tot synode doet blijken dat de kerken op de weg

naar vereniging niet verder komen. Verder doet ze een klemmend beroep op de GKN

zich ernstig af te vragen of ze met de door haar tot dusver gevolgde methode met

betrekking tot de CGK op de juiste, door God geboden weg is.

 

De Generale Synode Spakenburg-Noord 1987 besluit t.a.v. de contacten met de CGK

het volgende:

 

1. deputaten voor het gesprek met de Christelijke Gereformeerde Kerken te benoe-

   men, in de hartelijke begeerte deze kerken krachtens de roeping van het evan-

   gelie nog te zoeken;

 

2. deputaten de volgende instructie te geven:

   a. zich te wenden tot deputaten voor de vertegenwoordiging van de Christelij-

      ke Gereformeerde Kerken;

   b. in het gesprek met de christelijke gereformeerde deputaten naar voren te

      brengen de punten, die de Generale Synode van Heemse in haar brief heeft

      genoemd, nl. de in de brief van de Generale Synode van Arnhem 1981 genoem-

      de publikaties, het lidmaatschap van de G.O.S., het contact met de NGK, de

      door de CGK gestelde verschillen ten  aanzien van de toeëigening des heils

      en de hantering van het belijden omtrent de kerk;

   c. bij deputaten voor de vertegenwoordiging van de Christelijke Gereformeerde

      Kerken erop aan te dringen dat hun kerken ten aanzien van deze punten tot

      een schriftuurlijke beslissing komen, zodat verder spreken over vereni-

      ging zinvol zal kunnen zijn;

   d. met benoemde christelijke gereformeerde deputaten te spreken over wat de

      Gereformeerde Kerken en de Christelijke Gereformeerde Kerken verenigt en

      scheidt met betrekking tot het komen tot kerkelijke eenheid op de grond-

      slag van de Heilige Schrift en de Drie Formulieren van Eenheid;

 

3. deputaten op te dragen van hun handelingen schriftelijk rapport uit te

   brengen aan de eerstkomende synode en dit rapport tijdig toe te zenden aan de

   kerken.

 

De gronden voor dit besluit zijn:

 

1. a. De  Heilige Schrift (vgl. o.a. Joh 17:20,21;  Filip 2:1-4; Ef 4:1-6)

      dringt ons te staan naar kerkelijk samenleven met allen, die met ons door

      één Geest één Here aanbidden en eenzelfde geloof belijden (vgl. de uit-

      spraak van de Generale Synode Groningen 1946), opdat allen zich vergaderen

      in eenheid van het ware geloof.

   b. De  brief van de Generale Synode van 's-Gravenhage 1986 als antwoord op

      het schrijven van de Generale Synode van Heemse 1984/1985 doet blijken dat

      wij als kerken door het wisselen van brieven van synode tot synode niet

      verder komen.

   c. Sinds de Generale Synode van Amersfoort-West 1967 hebben onze generale sy-

      noden geen deputaten voor samenspreking meer benoemd vanwege de weigering

      van de synoden van de CGK, om tot duidelijke uitspraken te komen ten aan-

      zien van zaken en bezwaren, die door onze synoden werden genoemd. Het lou-

      ter schriftelijke contact van synode tot synode dat door deze weigering

      moest volgen, is thans in een zodanig stadium gekomen, dat het niet zinvol

      geacht moet worden daarmee door te gaan.

   d. Zal er van  verdere contactoefening  met de  Christelijke Gereformeerde

      Kerken sprake zijn, dan dient er bij deze kerken op te worden aangedrongen

      dat zij tot duidelijke kerkelijke uitspraken komen.

   e. Terwille van de eenheid van de zijnen, waar onze Verlosser de Vader om ge-

      beden heeft, dienen de Gereformeerde Kerken ondanks het tot nu toe vruch-

      teloos gebleken mondelinge en schriftelijke contact toch aan de wens van

      de Christelijke Gereformeerde Kerken tegemoet te komen om het contact door

      middel van deputaten te oefenen, opdat onder de zegen van de Here een

      broederlijk gesprek weer op gang komt.

2. a. Van meetaf moet duidelijk zijn dat de GKN het gesprek niet met vrijblij-

      vendheid en in oecumenistische geest (die naar alle kanten praat, zonder

      echt de eenheid in de waarheid te zoeken) willen voeren.

   b. Omdat schriftuurlijke eenheid alleen vrucht is van een metterdaad kiezen

      voor de waarheid van God, dienen de door de Generale Synode Heemse 1984/

      1985 in haar brief genoemde punten in het door deputaten te voeren gesprek

      aan de orde te komen.

 

Verder behandelde de synode ook voorstellen van de Particuliere Synoden van

Friesland 1987 en Gelderland 1987 tot het instellen van de generaal-synodaal

deputaatschap voor eenheid van gereformeerde belijders. Door de commissie van de

synode worden twee voorstellen ingediend, nl:

 

1. Niet toe te treden in de voorstellen van de Particuliere Synoden van Gelder-

   land 1987 en Friesland 1987;

2. Een zodanig deputaatschap te benoemen met onder meer als opdracht een publiek

   appèl te laten uitgaan en na te gaan of er landelijke ontwikkelingen zijn die

   opening geven voor kerkelijke toenadering en of er mogelijkheden zijn om ker-

   kelijke kontakten te leggen met kerken en groepen die willen staan op de

   grondslag alleen van de drie formulieren van eenheid.

 

De synode konstateert dat in de vergadering geen eenparigheid van gevoelen wordt

gevonden terwijl zij meent dat dit wel dringend vereist is gelet op de aard van

de materie. Zij besluit dan, gelet op deze situatie geen uitspraak te doen over

de voorstellen van de genoemde particuliere synoden.

 

Tussen de deputaten voor de vertegenwoordiging van de CGK, benoemd door de Ge-

nerale Synode CGK 's-Gravenhage 1986, en de deputaten voor het gesprek met de

CGK, benoemd door de Generale Synode Spakenburg-Noord 1987, bleek verschil van

inzicht te zijn wat betreft punten over de plaats van het werk van de Heilige

Geest in de prediking. Moet dit werk in iedere preek expliciet aan de orde ko-

men, of bepaalt de tekst van de preek, wanneer er over het werk van de Heilige

Geest gesproken dient te worden? De Christelijke Gereformeerde deputaten menen,

dat de prediking altijd moet laten zien hoe de Heilige Geest een mens deel geeft

aan het heil, al zal dit element duidelijk door de tekst bepaald worden. Altijd!

Een andere vraag was: Hoe moet er onderscheidenlijk gepreekt worden?

 

Generale Synode Groningen 1989 (CGK) wil contactoefening met de GKN voortzetten.

Zij spreekt uit dat de GKN zich in alles willen stellen op de grondslag van de

gereformeerde belijdenis. Eenzelfde uitspraak werd gedaan ten aanzien van de

NGK, van wie tegelijkertijd door de synode van de CGK werd gezegd dat binnen de

NGK ten aanzien van de toeëigening van het heil aan wezenlijke elementen van de

belijdenis geen recht werd gedaan.

 

De verschillen ten aanzien van de GKN zijn van zó ernstige aard, dat het gesprek

erover moet worden voorgezet, opdat zo belemmeringen voor de kerkelijke eenheid

uit de weg geruimd worden. Als doel van de voortgaande contactoefening ziet de

synode elkaar - waar nodig door onderling vermaan - helpen om waarlijk gerefor-

meerde kerken te zijn, in het handhaven en beleven van de belijdenis en in de

kerkregering, teneinde zo gestalte te geven aan de roeping te zoeken naar wegen

tot kerkelijke eenheid. Een voorstel de plaatselijke kerken op te roepen tot het

gesprek met de Gereformeerde Kerken wordt met ruime meerderheid verworpen.

 

De synode wees welbewust de deputaten voor de eenheid van gereformeerde belij-

ders aan om het gesprek met deputaten van de GKN verder te voeren, in plaats van

de deputaten voor de vertegenwoordiging van de CGK. Een voorstel om het gesprek

door een apart sèctie van de nu aangewezen deputaten te laten voeren om de GKN

in haar moeite tegemoet te komen, werd verworpen.

 

T.a.v. de NGK oordeelde de synode dat in de gebleven verschillen tot uiting

komt, dat in de kerken met betrekking tot de toeëigening van het heil geen recht

gedaan wordt aan wezenlijke elementen uit de belijdenis van de kerken. Maar zij

sprak ook, tegelijkertijd uit, dat de verschillen en de vragen met betrekking

tot het funktioneren van het Akkoord van Kerkelijk Samenleven geen belemmering

mogen zijn om te erkennen dat de NGK zich in alles willen stellen op de grond-

slag van en begeren te leven naar de gereformeerde belijdenis.

 

Generale Synode Leeuwarden 1990 heeft nadrukkelijk dankbaarheid onder woorden

gebracht voor de breuk tussen de CGK en de Gereformeerde Oecumenische Raad

(G.O.R., voorheen G.O.S.). Ze was teleurgesteld omdat de CGK er niet in slaagden

duidelijk te zeggen wat precies de ernstige verschillen zijn en - in direkt

verband - waarom die verschillen een verhindering vormen tot eenwording. Ook

worden weer deputaten benoemd, die een nadere verklaring en een nauwkeurige om-

schrijving moeten vragen van  de ernstige verschillen.  Ook moeten ze ophelde-

ring vragen over het feit dat de synode van de CGK erkende dat de GKN zich in

alles willen stellen op de grondslag en begeren te leven naar de gereformeerde

belijdenis, maar dat zij niet tot het oordeel kwam dat de GKN dat ook doen.

Daarnaast moet aan de orde komen de door de synode van Arhem 1981 verwoorde

klacht dat de CGK onvoldoende kiezen tegen dwaling en moet bij de christelijk

gereformeerde deputaten aangedrongen worden op een duidelijke positiekeuze van

hun kerken ten opzichte van de NGK (de CGK kenden rond 1990 in 26 gemeenten kan-

selruil met de NGK).

 

N.a.v. het voorstel van de Particuliere Synode van Gelderland 1987 wordt beslo-

ten  geen deputaatschap  te benoemen  voor  kerkelijke  eenheid van gereformeer-

de belijders, maar wel voor kerkelijke eenheid met kerken of groepen die (wil-

len) staan op de grondslag van Gods Woord en de drie formulieren van eenheid en

samenleven (willen) volgens de gerefomeerde kerkorde. De term gereformeerde be-

lijders zou niet zo geschikt zijn i.v.m. het individualisme in deze tijd. De Ge-

nerale Synode Groningen 1946 beperkte zich om praktische redenen tot kontakt met

de CGK. Deze praktische redenen gelden nu niet meer.

 

De Generale synode van Apeldoorn 1992 (CGK) was van oordeel dat de zaken met be-

trekking tot de toeëigening van het heil 'wezenlijke elementen van de belijde-

nis' betreffen, waarover overeenstemming dient te worden bereikt en dat het ont-

breken van deze overeenstemming een belemmering is op de weg naar kerkelijke

eenheid.

 

De Generale synode van Ommen 1993 besluit "dankbaarheid uit te spreken voor de

wijze waarop de Christelijke Gereformeerde Kerken in een aantal concrete geval-

len gekozen hebben tegen de dwaling, maar met teleurstelling kennis te nemen van

het feit dat zij niet hebben willen ingaan op de concrete klacht die de Gerefor-

meerde Kerken ten aanzien van de behandeling van de opvattingen van prof. dr.

B. J. Oosterhoff sedert de Generale Synode van Arnhem 1981 aan de orde gesteld

hebben". Met dit besluit van de synode werd het thema 'Schriftgezag' als nadruk-

kelijk punt van samenspreking losgelaten. De synode gaf het groene licht voor de

voortgang van de besprekingen. Er ging een brief uit, waaruit de hartelijke be-

geerte spreekt om op echt broederlijke wijze concreet te spreken over de zaak

die aan de orde is.

 

Ten aanzien van de NGK gaf de synode aan deputaten Kerkelijke Eenheid onder de

'studie-opdracht' te onderzoeken òf en op welke manier contacten mogelijk zijn

met de NGK.

 

De Generale synode van Zierikzee 1995 (CGK) was van oordeel dat "het verheugend

is dat op een aantal punten opmerkelijke vorderingen zijn gemaakt" en dat ten

aanzien van de toeëigening van het heil en het spreken over de kerk "de ver-

schillen minder ernstig zijn dan in het verleden werd gesteld". Verder besloot

de synode de samensprekingen met de NGK met het doel om tot eenheid te komen, te

beëindigen. Als redenen werden onder meer genoemd het besluit van de Landelijke

Vergadering van de NGK in 1995 om de vrouw in het diakenambt toe te laten (vol-

gens de deputaten zou je met dezelfde toen gebruikte argumenten ook het ambt van

ouderling kunnen openstellen), en de weigering van de NKG om de binding aan de

belijdenis weer in te voeren.

 

De Generale synode van Berkel en Rodenrijs 1996 sprak uit dat indien plaatse-

lijke kerken uit verschillende kerkverbanden elkaar wederzijds erkennen als ker-

ken van Jezus Christus, en de kerkverbanden waar de kerken toe behoren op lande-

lijk niveau samensprekingen hebben, en de landelijke vergaderingen wederzijds

hebben uitgesproken dat ze staan of willen staan op de grondslag van Gods Woord

en de gereformeerde belijdenis, kan besloten worden tot kanselruil, het toelaten

van elkaars leden aan het avondmaal, gecombineerde erediensten en avondmaalsvie-

ringen. Hiervoor is wel de goedkeuring van de classis nodig, die op haar beurt

zich laat adviseren door de deputaten van de Particuliere Synode. In de toelich-

ting stelt de synode, dat haar alleen 'samenwerkende gemeenten' voor ogen staan,

en geen gefuseerde of gecombineerde gemeenten, zolang er landelijk, provinciaal

of classicaal geen nadere samenwerking plaats heeft. Hiermee heeft de synode he-

laas een besluit genomen dat in strijd is met de Schrift (1Cor 5:13b, 2Cor 6:16,

Gal 1:8 en Til 3:10), de belijdenis (NGB artikel 29) en de kerkorde (artikelen

47, 9, 6 en 66). Hoe kan een plaatselijke kerk als ware kerk erkend worden wan-

neer zij niet alles VERWERPT wat tegen Gods Woord ingaat, maar blijft binnen een

kerkverband waarin de dwaling niet geweerd wordt?  Daarmee zouden de Afschei-

ding en Doleantie en Vrijmaking als onnodig en dus onwettig worden aagewezen.

 

De synode besloot de deputaten voor het contact met de CGK op te dragen het ge-

sprek voort te zetten ondermeer om met haar deputaten de balans op te maken van

wat beide kerkgemeenschappen verenigt en scheidt met betrekking tot het komen

tot kerkelijke eenheid op de grondslag van de Heilige Schrift en de drie formu-

lieren van eenheid. De synode sprak haar dankbaarheid erover uit dat de CGK niet

langer spreken over 'ernstige verschillen' die een belemmering vormen op de weg

naar kerkelijke eenheid. Deputaten kregen de opdracht met de CGK-deputaten door

te spreken over 'een Schriftuurlijke positiebepaling inzake de verhouding tot de

NGK.' Verder moeten de deputaten met de CGK-deputaten spreken over 'situaties en

gewoonten in de Christelijke Gereformeerde kerken inzake de omgang met Schrift-

gezag, kerkverbandelijk samenleven en vormen van interkerkelijke samenwerking.'

Verder besloot de synode, voor wat de vooropleiding betreft, de voorlopige sa-

menwerking tussen de universiteiten 'Kampen' en 'Apeldoorn' voor een proefperi-

ode van twee jaar goed te keuren.

 

Ten aanzien van de NGK sprak de synode uit: De contacten slechts voort te zetten

zodra de NGK zich bereid hebben verklaard een weg in te slaan, waarlangs de ver-

hinderingen kunnen worden weggenomen. Deze verhinderingen zijn o. m.: de tole-

rantie inzake de afwijking van de belijdenis en onvoldoende waarborgen voor on-

bekrompen en ondubbelzinnige binding aan de leer. Daarom besloot de synode dat

er geen perpectief was om op dit moment aan deputaten de opdracht te geven over

te gaan tot samensprekingen op landelijk niveau.

 

De Generale Synode van Haarlem-Noord 1998 (CGK) besloot het overleg met de NGK

te beëindigen. De NGK riep haar kerken op terughoudend te zijn in het aangaan

van contacten. Verder besloot de synode met 47 stemme voor en 5 tegen dat 'het

standpunt over de vrouw in het ambt dat in de CGK steeds heeft gegolden, schrif-

tuurlijke verantwoord is'. Man en vrouw zijn gelijk wanneer het gaat om het de-

len in het heil van Christus. Er is echter verschil wanneer het gaat over het

ambt.

 

De Generale Synode van Leusden 1999 verruimde de mogelijkheden tot kanselruil,

het toelaten van elkaars leden aan het avondmaal, gecombineerde erediensten en

avondmaalsvieringen. Dit is nu ook mogelijk met kerken, van welke het kerkver-

band (nog) niet aan samensprekingen is toegekomen.

 

Verder sprak de synode uit dat deputaten kerkelijke eenheid de komende drie jaar

de opdracht krijgen het gesprek voort te zetten om "wegen en middelen te zoeken

die tot kerkelijke eenheid voeren". Een ander doel is "een antwoord te vinden op

de vraag of een landelijke federatie aanbeveling verdient en zo ja, de wijze

waarop een federatie vorm kan krijgen". Een federatie is een vorm van kerkelijk

samengaan, die minder ver gaat dan een fusie. Echter in de Schrift wordt niet

gesproken over het vormen van een federatie, maar het doel en de inhoud van

Christus in de gegeven opdracht is kerkvergadering, het samenbrengen van één

volk, één lichaam dat zich laat vinden onder de ene kansel en aan de ene avond-

maalstafel. Verder bleek er eensgezindheid te zijn over de toeëigening van het

heil, het Schriftgezag en de houding ten opzichte van de NGK. Ten aanzien van

samenwerking tussen de universiteiten 'Kampen' en 'Apeldoorn' gaf de synode, e-

venals de CGK-synode in 1998, de opdracht om, naast de samenwerking die met be-

trekking tot de vooropleiding al bestaat, op andere mogelijkheden van samenwer-

king attent te zijn.

 

Met verdriet en teleurstelling sprak de synode uit dat er momenteel geen basis

is gelegd voor samensprekingen met de NGK op landelijk niveau, gericht op kerke-

lijke eenwording. De synode van Berkel sprak in 1996 uit dat samensprekingen

niet zinvol waren, zolang de NGK vasthouden "aan de huidige ruimte in de leer en

het toezicht daarop".

 

 

Situatie

========

 

Nederlands Gereformeerde Kerken

-------------------------------

 

Er zijn binnen dit kerkverband grote en principiële verschillen gegroeid. Ze

hebben te maken met onderwerpen als de positie van de vrouw in de kerk (het ambt

van ouderling en diaken staat ook open voor de zusters der gemeente), het karak-

ter van het Heilig Avondmaal (soms worden ook kinderen toegelaten), en het om-

gaan met de belijdenis. In de NGK kent men geen kerkorde. In plaats daarvan werd

in 1983 in Breukelen het 'Akkoord van Kerkelijk Samenleven' aanvaard. Het geeft

plaats aan ongeoorloofde tolerantie. Er zijn ook wel uitspraken van Nederlands

Gereformeerden waaruit blijkt dat men niet zonder zorg is over de huidige situa-

tie.

 

De "vreemde leer" van ds. Telder en ds. C. Vonk over de gestorven gelovigen

wordt nog steeds toegelaten, evenals de leringen van ds. L. E. Oosterhoff over

de verkorenen en die van ds. G. Visee en ds. J. O. Mulder over wet en sabbat.

Ds. H. Smit ontkent de verwerping van eeuwigheid. Ds. W. G. Rietkerk heeft be-

denkingen tegen de Dordtse Leerregels. Drs. H. de Jong ziet een rand aan het ge-

zag van de Heilige Schrift. Ds. L. W. G. Blokhuis staat achter het chiliasme.

Ds. M. R. v. d. Berg kan doorgaan met zijn vreemde leer over kerk en kerkelijk

samenleven. Hij schreef een boek: "De gekerkerde kerk".

 

In de NGK (1986) is de waarheid van de Schrift inzake verkiezing en verwerping

weersproken, zonder dat tegen de betrokken predikant kerkelijke maatregelen

werden genomen.

 

In Koers (16-10-87) schrijft ds. G. van den Brink o.a.: Toen wij, buitenverban-

ders, in 1972 aantraden en onze eerste ontmoeting hadden met de Christelijke

Gereformeerde deputaten, was hun eerste vraag: Zijn jullie nu verlost van dat

absolutistische kerkbegrip? Men vroeg: Hebben jullie, nu je er zelf op gestoten

bent, gezien hoe hard en gevaarlijk deze constructie is? Wij konden op die vraag

slechts bevestigend antwoorden.

 

In een interview in "Koers" poneert drs. H. de Jong de stelling: "De Bijbel IS

niet Gods Woord, maar IN de Bijbel vinden we Gods Woord", een verwerpelijke

stelling van de vrijzinnige Schriftkritiek.

 

Op een ontmoetingsdag pleitte ds. A. W. Vos voor 'een flexibele benadering van

de sacramenten'. Volgens deze predikant heeft de Heilige Geest klaarblijkelijk

zijn zegen gegeven aan gemeenschappen die de kinderdoop verwerpen. Dus moeten we

vooral niet de Heilige Geest tegenkomen door al te strak vast te houden aan onze

doopleer. Ook zag hij heel duidelijke zegen van de Heilige Geest over de ambts-

bediening van zusters in de gemeente. Daar mag je dus evenmin aan voorbijgaan.

 

Binnen de NGK is de binding aan Schrift en Belijdenis niet opgenomen in het

'Akkoord van Kerkelijk Samenleven'. Als reden voor die weigering geeft men op

dat deze binding al opgenomen is in de preambule van de kerkorde en dat acht

men voldoende. Soms wordt binnen de NGK ook gezegd dat het voldoende is om te

stellen dat Jezus Christus het fundament is. Daar is de belijdenis niet bij no-

dig.

 

In het blad "Opbouw" schreef ds. H. de Jong dat hij vrijheid opeiste "om in een

tijd van nieuw Schriftlezen hardop de vraag te stellen of het wel houdbaar was

wat we altijd geloofd hebben". En verder schrijft hij dat voor hem "niet alles

in de bijbel op even gelijke manier Gods Woord is. Dat er zelfs verwerpelijke

standpunten in staan, ook al worden die God zelf in de mond gelegd. Je ontkomt

niet aan onderscheiden en selecteren".

 

In 1998 besloot de kerkenraad van Utrecht-Centrum na een indringende discussie

dat homoseksuelen die een relatie hebben niet van het Heilig Avondmaal worden

geweerd.

 

 

Christelijke Gereformeerde Kerken

---------------------------------

 

Men kent in deze kerken tot op zekere hoogte "vleugels". Enerzijds zijn er de

christelijke gereformeerden met een bevindelijke inslag, die zich meer verwant

voelen met de Gereformeerde Bond of met de Gereformeerde Gemeenten dan met de

Gereformeerde Kerken in Nederland. Deze mensen zeggen dat je eerst moet bevinden

dat je bij Gods verbond behoort en daarna kun je pas zeggen dat je Gods kind

bent, en kun je aan het Avondmaal (Vereniging "Bewaar het pand"). Er is een

groep die zich noemt naar Calvijn,  die meer behoudend is. Anderzijds zijn er

die neigen naar opvattingen omtrent Schriftgezag en band aan de belijdenis, die

zich moeilijk verdragen met het gereformeerde denken daarover. Zo is er een

studie-groep van theologen, die wel de Amersfoortse groep wordt genoemd. Uit

deze groep komt het boek: De Geest schrijft wegen in de tijd. Zij zoeken in de

problematiek van onze moderne wereld aansluiting bij de denkwijzen van de

"nieuwe theologie" in herv. en syn.-geref. kring. Tot deze groep behoren niet

minder dan veertig Christelijke Gereformeerde predikanten.

 

Prof. Oosterhoff schreef in 1972 dat Genenis 2 en 3 niet letterlijk maar sym-

bolisch moeten worden verstaan. Prof. Versteeg betuigde zijn instemming met het

besluit van de synodaal-gereformeerde synode om de leeruitspraak van Assen-

1926 terzijde te stellen. In "Kerknieuws" van 8 februari 1980 schreef hij:

"Het is verheugend dat onze synoden zo'n uitspraak nooit hebben gedaan en voor

zover ik het kan zien ook nooit zullen doen". Beide professoren zijn inmiddels

overleden.

 

In een citaat van het ND zei ds. J. van Amstel het volgende: "Er zijn vooral

verschillen ten aanzien van twee begrippen. In de eerste plaats het begrip we-

dergeboorte. De vrijgemaakten leggen dit begrip sterk uit in de zin van de Ne-

derlandse Geloofsbelijdenis (wedergeboorte volgt op geloof), terwijl wij meer de

omschrijving van de Dordtse Leerregels volgen (wedergeboorte die voorafgaat aan

geloof). Verder spreken wij op verschillende manier over het begrip kind van

God. De vrijgemaakten leggen de nadruk op het kind van God zijn in het verbond,

terwijl wij meer het accent leggen op het kind van God zijn door het geloof".

 

Ds. G. Gunnink (GKN) schrijft in het Gereformeerd Kerkblad voor Zuid-Holland

enz. als reaktie op het rapport van de deputaten voor samenspreking met de CGK

o.a. het volgende: "In dit verband is te lezen, dat de gereformeerde deputaten

liever niet spreken over 'de schenking en deelachtigmaking' van Gods belofte,

maar over schenking en gelovige aanvaarding' ervan. Eerstgenoemde uitdrukking

legt de nadruk op het feit dat de mens onmachtig is en door de Heilige Geest

bekeerd moet worden. De tweede benadrukt dat de mens zelf tot bekering moet ko-

men." Verder wijst ds. Gunnink op het raakvlak in de CGK met de Gereformeerde

Gemeenten, en wel in een neiging tot lijdelijkheid. "Daar zijn er niet weinigen

die niet durven sterven, omdat zij het heil nog niet hebben durven toeëigenen."

Het woord deelachtigmaking' bergt het gevaar in zich, dat wij de schuld op de

Heilige Geest gaan leggen als we verloren gaan. "De weg van lijdelijkheid is een

verkeerde weg. Een arme weg."

 

De neiging tot lijdelijkheid vloeit voort uit een valse vorm van bevinding. Het

woord 'bevinding' komt in de Bijbel (in de de vertaling van het Nederlands Bij-

belgenootschap uit 1955) niet voor. Met die woorden worden bedoeld de innerlijke

reakties, die de Heilige Geest werkt wanneer Hij ons door waar geloof aan Chris-

tus en aan al Zijn weldaden deel geeft. (Joh 16:14/1Cor 2:12/1Pet 1:2). Ware be-

vinding steunt op het fundament van het geloof in Gods Waarheid. Zelf kan ze

geen fundament zijn. Want de zuivere stem van de bevinding ontleent altijd haar

klank aan de Schrift. Echter bij valse bevinding is de bevinding zelf het funda-

ment. De zekerheid ligt niet in het objektieve werk van Christus buiten ons,

maar in de subjektieve ervaring in ons. Het is hoogmoedig wanneer de mens buiten

het Woord om van zich uit een weg naar God ontwerpt. Het is voor de mens een

zaak van gehoorzaamheid en nederigheid om rust te vinden in het geopenbaarde

Woord.

 

Ds. G. Gunnink schrijft in het Gereformeerd Kerkblad voor Zuid-Holland enz. als

reaktie op het rapport van de deputaten voor samenspreking met de CGK o.a. het

volgende over tweeërlei kinderen van het verbond: Met het spreken over tweeërlei

kinderen van het verbond geven de christelijke gereformeerde deputaten aan, dat

er gelovige en ongelovige kinderen van het verbond zijn." "Het rapport zegt: 'de

christelijke gereformeerde deputaten stelden, dat een bondeling nog kind moet

worden. Verbondskinderen zijn van nature onbekeerd en moeten tot bekering ko-

men'."

 

Dan verder zijn er de kwesties van: vrouwen in het ambt (Prof. dr. J. P. Ver-

steeg heeft gezegd dat hij op grond van wat het Nieuwe Testament leert over de

struktuur van de gemeente, van oordeel is dat de vrouwen niet van het ambt moe-

ten worden uitgesloten); het lied in de eredienst (alleen psalmen en berijmde

Schriftgedeelten besloot de synode van 1983); de verhouding tot de Nederlands

Gereformeerde Kerken; over ethische vragen (homofilie); tegenstellingen onder de

jeugd: een deel van de jeugd organiseert zich (voorlopig) afzonderlijk en houdt

ook afzonderlijke dagen.

 

Hoe wordt in de CGK over kerkelijke eenheid gesproken? In Koers (23-12-83)

schreef prof. dr. W. van 't Spijker: "De Schrift leert ons dat de eenheid van de

gemeente niet gegrond is allereerst in een eenheid van gevoelen, van opinies,

van standpunten en dergelijke meer. De eenheid van de gemeente is enkel en al-

leen gegrond in de werkelijke verbondenheid aan Christus."

 

Ds. J. H. Velema kwam tijdens een konferentie van het Contactorgaan voor de Ge-

reformeerde Gezindte (1984) met het volgende verwijt: "Hoe hoog-kerkelijk leven

bij voorbeeld de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt en de Gereformeerde Gemeenten,

zich de ware kerk of de heilige rest wanend. Ongenaakbaar zetelend in ivoren to-

rens, synodaal gemetseld met onvervalst cement." Hij voegde er aan toe dat er

bij de GKN te vinden is verabsolutering en radikalisering; wel kunnen we, zo zei

hij, veel waardering hebben voor de trouw en vasthoudendheid die in deze kerken

gevonden wordt. Maar dat wordt er dan meteen aan toegevoegd: er is een geeste-

lijk klimaat gegroeid dat gekenmerkt wordt door wetticisme en kerkisme. Kerkisme

- de kerkzweep gaat daar over de ruggen, schreef hij eens.

 

In het ND (05-07-84) was te lezen dat ds. J. Manni konstateerde dat er binnen

zijn kerken een fundamenteel gebrek is aan kerkelijk denken. Dit leidt er z.i.

toe dat men "(in de praktijk, niet officieel natuurlijk) gemakkelijk geneigd is

alles maar als kerk te erkennen wat zich als zodanig aandient... Tegelijk be-

waart men echter ook afstand en houdt men vast aan de eigen club. Het is, geloof

ik, uiteindelijk een vorm van kerkisme".

 

In de Wekker (1985) wijst prof. van 't Spijker op de eigenlijke nood in kerke-

lijk Nederland: het niet meer weten van de Kerk naar de konfessie. "We hebben

met het kerkbegrip omgesold. We hebben de kerkelijke verdeeldheid terug-gepro-

jecteerd op ons kerk-begrip. Ik bedoel daarmee, dat we slechts in schijn een be-

roep doen op de confessie terzake van de kerk. In de praktijk hebben we het be-

roep op de confessie ingeruild voor een aangepast spreken over de kerk. We heb-

ben aan de vrijgemaakten verweten, dat zij een zwart-wit schema gehanteerd heb-

ben van ware/valse kerk. En zij hadden in onze ogen iets gekunsteld in hun kerk-

begrip. Maar zij zijn zowat de enigen die zich op de confessie beroepen. Wij

hebben het confessionele spreken ingeruild voor een aangepaste leer van de plu-

riformiteit van de kerk, afgestemd op de kerkelijke werkelijkheid, de kerkelijke

verdeeldheid en gescheurdheid. Daarom zijn we ook gedwongen geweest om het "ei-

gene" van ons kerk-zijn te zoeken in iets specifieks, iets bijzonder christe-

lijk-gereformeerds." "De  kerkelijke verdeeldheid in Nederland slaat terug,

langs de omweg van de politiek op de kerken zelf. Dit is mede een oorzaak van de

versnelling, de acceleratie zegt de automobilist, waarmee de problemen zich van

de kerken meester maken. Een stap tot werkelijke ontspanning ook binnen ons ei-

gen kerkelijk leven zou gelegen kunnen zijn in datgene, wat ons uit het herden-

kingsjaar van de Afscheiding hopelijk is bij gebleven: Wij geven de hand aan él-

ke op Gods Woord gegronde vergadering. En wij vragen de húnne! Reformatie hebben

we nodig. Een reformatie is meer dan een réveil (opwekking).

 

De Wekker (1986) zegt dat het hanteren van de belijdenis inzake de kerk door de

CGK meer in de lijn van Kuypers pluriformiteitsbegrip ligt, dan in de lijn van

de Belijdenis. Ds. G. van den Brink (NGK) schrijft in Koers (16-10-87): "In

Christelijke Gereformeerde kring functioneert een soort pluriformiteitsgedachte.

Daarin ontbreekt elk triomfalisme en idealisme. Het is een pluriformiteitswerke-

lijkheid die opdoemt uit de nood van kerkelijke gebrokenheid en zwakheid." "De

eenheid met ons Hoofd Christus is dan dominant."

 

Het grote gevaar van deze leer is dat men genoegen neemt met het naast elkaar

bestaan van verschillende kerken, die toch eigenlijk één moesten zijn. Bij de

pluriformiteitsgedachte is er ruimte voor het erkennen van allerlei kerken als

ware kerken, al is de één dan wat meer, de ander wat minder zuiver. De ene on-

zichtbare kerk zou zich in een veelvoud van zichtbare kerkelijke instituten

openbaren. Vooral dr. A. Kuyper heeft deze gedachte breed uitgewerkt.

 

Enkelen vinden interkerkelijke samenwerking normaal. Bijvoorbeeld de voorzitter

van de E.O., de christelijke gereformeerde dominee A. van der Veer werkt in

Zwolle samen met evangelischen, baptisten en zo. Het is niet onbekend dat er zo

niet alleen in Zwolle wordt gewerkt.

 

Onder de titel "Links en rechts in de kerk?" schreef prof. W. van 't Spijker in

"de Wekker" (1986) o.a. over de kerkorde het volgende: "We hebben ons aan de

kerkorde te houden. En wil men iets te berde brengen, wil men kritiek oefenen,

wil men beslissingen nemen, dan zal dat alles kerkordelijk moeten zijn en langs

de kerkelijke weg moeten geschieden. Daartoe hebben we ons vrijwillig verplicht.

En dat is de enige duidelijkheid waartoe we elkaar kunnen oproepen, omdat we ons

daartoe zelf verplicht hebben. We hebben in de kerken om ons heen genoeg kunnen

waarnemen, waartoe het leidt, wanneer men met de kerkorde solt." "Een kerkorde

is geen eeuwige wet. Maar we houden ons er aan, omdat we het beloofd hebben te

zullen doen tot en met de generale synode toe. Dát is duidelijk. Schrift,

belijdenis, kerkorde!"

 

In Chr. Geref. kring verscheen een gedenkboek 'Een eeuw Christelijk-Gerefor-

meerd, Aspecten van 100 jaar Christelijke Gereformeerde Kerken' onder redactie

van dr. W. van 't Spijker, drs. J. N. Noorlandt en ds. H. van de Schaaf. In een

recensie in het ND van 20 oktober 1992 schrijft drs. H. J. Selderhuis (CGK)

onder andere: "Van 't Spijker zet nog eens uiteen hoe het in 1982 allemaal is

gegaan en weet dat zo te doen, dat iedere eerlijke lezer zal moeten erkennen,

dat de vrees en bezwaren van Van Lingen en Wisse c.s. oprecht, maar vooral ook

terecht waren ...".

 

In het "Kerkblad" van Dalfsen wijst ds. J. W. van der Jagt (GKN) erop dat je el-

kaar niet als ware kerk kunt erkennen zolang er obstakels zijn ten aanzien van

de belijdenis. Hij schrijft onder andere: "Zal de wil tot eenheid zich doorzet-

ten? Kunnen er geen nieuwe obstakels zich voordoen? Hoe zal het gaan met het

laatste boek van dr. Loonstra over de Schrift? Zullen wij ooit moeten zeggen:

eenheid is niet verantwoord voor God?"

 

De leer van prof. Oosterhoff is nooit publiek afgekeurd binnen de CGK, maar men

liet hem ongemoeid toen hij die leer bleef uitdragen. In zijn proefschrift 'De

geloofwaardigheid van de Bijbel' (1994) gaat dr. Loonstra nog een stap verder

dan prof. Oosterhoff. Hij maakt onderscheid tussen de 'principiële' en 'prakti-

sche' geloofwaardigheid van de Bijbel. Echter dit onderscheid doet afbreuk aan

de belijdenis dat we ALLES geloven wat de Heilige Schrift bevat. Hij neemt met

de ene hand terug wat de andere gegeven heeft. Wanneer tegenstrijdigheden in de

Bijbel gelezen worden, of gegevens die niet kloppen met wetenschappelijke resul-

taten, wil dr. Loonstra dit oplossen door dat schriftgedeelte niet letterlijk te

nemen (het hoeft niet echt gebeurd te zijn wat er in het schriftgedeelte be-

schreven is), maar de bedoeling achter dat schriftgedeelte te zoeken: "Probeer

bijbelse denkbeelden die in de overgeleverde vorm de onze niet meer kunnen zijn

maximaal in onze eigen denkvormen over te zetten, om daarmee te verwoorden wat

ze voor ons betekenen" (blz. 200). Echter, daarmee komt alles, maar dan ook al-

les op losse schroeven te staan. Ds. den Butter (CGK) heeft zonder omwegen de

opvatting van dr. Loonstra DWALINGEN genoemd. En hij heeft er aan toegevoegd,

dat, als de CGK die dwalingen toelaat, de GKN terecht kunnen vragen of de leer

bij hen wel veilig is.

 

Prof. Van 't Spijker heeft publiek verklaard blij te zijn dat zijn kerken niet

een uitspraak gedaan hebben zoals de synode van de GKN, in 1926 in Assen gehou-

den, gedaan heeft ten aanzien van de leer van dr. Geelkerken. Die synode sprak

uit dat Genenis 1-3 gewoon letterlijk gelezen en verstaan moet worden, en niet

symbolisch of iets dergelijks. Dat was toen en is nog steeds een duidelijke af-

wijzing van de Schriftkritiek.

 

Prof. dr. W. van 't Spijker scheef in "de Wekker" van 19 april 1996: " We zijn

er, zo lijkt mij toe, ondanks alle ophef, niet in geslaagd om een wezenlijke en

beginselvaste toenadering te bereiken binnen eigen gelederen". En daar voegt hij

aan toe: "Wij zijn er niet in geslaagd om KERK te zijn. Wij vormen een willekeu-

rig bijeengebrachte verzameling van groepen (een conglomeratie noemt men dat),

die elk voor zich roepen: wij zijn het en wij hebben het en wij bewaren het. Is

dat ooit de bedoeling geweest? Wanneer was dat Christelijk Gereformeerd?"

 

In zijn rectorale oratie op 9 september 1996 op de Theologische Universiteit van

de CGK in Apeldoorn noemde prof. dr. J. W. Maris het "begrijpelijk dat prof.

B. J. Oosterhoff, die in 1972 zelf een studie over Genesis 2 en 3 publiceerde

die nogal wat stof deed opwaaien, er zijn dankbaarheid over uitsprak dat de

christelijke gereformeerde Kerken nooit een uitspraak als die in 1926 hebben ge-

daan". Nog een paar professoren in de CGK zeiden of schreven hetzelfde met be-

trekking tot die uitspraak van Assen. Toen door de GKN aan de CGK gevraagd werd

wat zij met de leringen van prof. Oosterhoff dachten te doen, werd geantwoord

dat zij dat wel 'intern' zouden oplossen.

 

In 1996 vond in 46 gemeenten kanselruil plaats met de NGK. 5 CGK-predikanten

waren predikant in een combinatie-gemeente CGK/NGK. Er waren 34 samenwerkende

en 5 gecombineerde gemeenten CGK/NGK. 87 CGK-predikanten gingen voor in diensten

van samenwerkingsgemeenten, 13 in gecombineerde gemeenten en 14 in diensten be-

legd door de NGK.

 

In "Reformanda" van 23 april 1997 lezen we: "Hoe kan een plaatselijke christe-

lijke gereformeerde kerk erkend worden als ware kerk als het hele kerkverband

van de Christelijke Gereformeerde kerken tot nu toe nog nooit als gemeenschap

van ware kerken erkend kon worden? Een ware kerk is toch hieraan te herkennen,

dat zij 'zich richt naar het zuivere Woord van God en alles VERWERPT wat daarmee

in strijd komt (art. 29 NGB). We hebben tot nu toe nooit gehoord dat er vanuit

de kerken binnen het christelijke gereformeerde kerkverband bij de meerdere ver-

gaderingen bezwaren zijn ingediend tegen de Schriftkritiek; evenmin tegen de on-

schriftuurlijke praktijk van het sektarisme inzake het lidzijn van een gemeente

naar eigen smaak".

 

De Christelijke Gereformeerde ouderling D. Koole zei: "Samenwerking tussen

(vrijgemaakt) Gereformeerde Kerken en Christelijke Gereformeerde kerken op lan-

delijk niveau is - vanwege de grote diversiteit binnen de Christelijke Gerefor-

meerde kerken volstrekt illusoir. De kerken moeten eerlijk zijn en niet méér

verwachten dan dat op plaatselijk niveau samenwerking tussen beide kerken tot

stand komt.

 

De voorzitster van de 'Landelijke Werkgroep Kerk en Vrouw' houdt er aan vast dat

de vrouw in het ambt moet. Op een landelijke bijeenkomst zei zij: "Ik geloof dat

het ook gaat gebeuren binnen de Christelijke Gereformeerde Kerken als ik kijk

naar de ontwikkelingen binnen andere kerken in Nederland en de rest van de we-

reld."

 

In Nader Bekeken van mei 1998 schreef ds. P. L. Storm ten aanzien van 'Assen -

1926': "een heel koortje van CGK-hoogleraren die hun blijdschap erover hebben

uitgesproken dat ze nooit een vergelijkbare uitspraak als de gereformeerden o-

ver Geelkerken hebben gehad. Na Oosterhoff, Versteeg, Peels en Van 't Spijker

nu ook Maris. Ondertussen wordt aan onze kant gedacht: was het maar tot een ver-

gelijkbare uitspraak gekomen indertijd over Oosterhoff. En kwam het maar eens

tot een besliste uitspraak inzake Loonstra's experimenten. Wat zou dat een dank-

baarstemmende handhaving zijn van de belijdenis over de Schrift." Prof. dr.

J. W. Maris verdedigt in zijn 'Geloof en Schriftgezag' de opvattingen van Oos-

terhoff.

 

In "Reformanda" van 23 juni 1999 schrijft dr. P. van Gurp en aanzien van samen-

werking tussen of eenwording van plaatselijke kerken: "Hoe kan een kerk als ware

kerk erkend worden, zolang in het kerkverband waartoe die kerk behoort de

Schriftkritiek ongemoeid gelaten wordt, zolang de regels van de gereformeerde

kerkorde met voeten getreden worden in de zogenoemde perforatie van de gemeente-

grenzen?"

 

Prof. dr. W. van 't Spijker, emeritushoogleraar uit Apeldoorn, schreef in het

Jaarboek 1999 dat de CKG "één wordt of ten onder gaat". Hij schreef: "De alge-

mene versnippering van de gemeente Gods in ons land en in de wereld roept ster-

ker dan ooit om de eenheid van de kerk".

 

Dr. G. C. den Hertog, predikant te Leiden, schreef in 'Kontekstueel': "De manier

waarop men het gezag van de Bijbel overeind probeerde te houden, was zo door-

trokken van angst, dat het de eigen ondergang in zich droeg". De CGK hebben de

leeruitspraak van 1926 nooit overgenomen. Ja, ze wordt zelfs door voorgangers en

hoogleraren verworpen! Helaas wordt ook niets gedaan aan het wegdoen van de

Schiftkrikiek binnen de CGK.

 

De perforatie van de gemeentegrenzen is in de CGK officieel toegestaan en dan

ook wijd verbreid. In sommige streken zijn er heel bijzondere situaties, zodat

in één en dezelfde plaats er drie soorten christelijke gereformeerden wonen, na-

melijk lid van drie verschillende gemeentes. Door die perforatie van de gemeen-

tegrenzen wijkt de onderinge samenbinding en eenheid steeds verder terug. De

perforatie van de gemeentegrenzen gaat nog steeds door.

 

In "de Wekker" van 3 maart 2000 lezen we in een verslag van de classis Leeuwar-

den het volgende: "In Damwoude maakte de kerkeraad duidelijk, dat hij het ver-

drietig vindt, dat veel gemeenten binnen ons kerkverband zich niet meer aan be-

palingen voor de eredienst houden zoals die in de kerkorde zijn vastgesteld. De

kerkenraad van Damwoude ervaart de band met de zustergemeenten als moeilijk en

uit zijn zorg over de samensprekingen van ons kerkverband met de gereformeerde

kerken vrijgemaakt." Verder lezen we: "In Leeuwarden is een verschuiving merk-

baar van minder deelnemen aan de eredienst en meer aan gespreksgroepen, waarvan

er 22 in totaal zijn.

 

We lezen in "de Wekker" van 21 april 2000 onder 'Kerknieuws' (pag. 399) dat de

CGK van Groningen en de NGK van Haren besloten de samenwerking, die er al is

sinds 1972, te intensiveren. Na een proefperiode van twee jaar wil men komen tot

een federatie van beide kerken. Die samenwerking betreft nu al de catechisaties,

het jeugd- en jongerenwerk, het diaconaat en pastoraat. Ook gezamenlijke kerk-

diensten in Haren.

 

In het regionale 'kerkblad voor het Noorden' van de CGK schrijft J. van Ameron-

gen, ouderling van de Christelijke Gereformeerde Kerk te Hoogeveen, dat de kerk

aldaar 'soepel' omgaat met de belijdenis: "Zo zijn er in de Chr. Ger. Kerk van

Hoogeveen al een aantal keren ambtsdragers benoemd ondanks bepaalde kanttekenin-

gen bij de belijdenissen (voor de liefhebbers: het ging daarbij over de kinder-

doop en de dubbele predestinatieleer voor zover betrekking hebbend op de verwer-

ping van eeuwigheid)." Die ambtsdragers hoeven het Ondertekeningsformulier niet

te ondertekenen.

 

In het ND van 21 juni 2000 wordt gemeld: "Van Amerongen stelt voor het een paar

jaar zonder de drie gereformeerde formulieren te proberen, en het eventueel te

doen met de veel kortere apostolische geloofsbelijdenis. Iedereen die dit apos-

tolicum kan naspreken, wil hij zien als broeder en zuster in de Here. "Wie weet

komt het dan ook nog goed met in eerste instantie de kleine oecumene (die tussen

christelijk-gereformeerden, vrijgemaakt-gereformeerden en Nederlands gerefor-

meerden, red.)", aldus Van Amerongen".

 

Prof. dr. J. W. Maris, voorzitter van het christelijke gereformeerde deputaat-

schap Eenheid van de gereformeerde belijders in Nederland, heeft in "de Wekker"

van 23 juni gereageerd op het artikel van Van Amerongen. Hij zegt: "wat Hooge-

veen' doet kan van geen kant. Zo is de doop geen facultatief item in de belijde-

nis". De classis waar 'Hoogeveen' onder valt maande tot voorzichtigheid, maar

behandelde deze belangrijke zaak achter gesloten deuren.

 

 

Gereformeerde Kerken in Nederland

---------------------------------

 

Over de toeëigening van het heil schrijft ds. J. M. Goedhart in de Gereformeerde

Kerkbode (02-12-89) het volgende: "De Heere bewaart in de hemel de erfenis (het

heil) wel voor de zijnen en Hij bewaart op de aarde de zijnen wel voor de erfe-

nis, die Hijzèlf voor hen verworven heeft (1Pet 1). Maar niemand ontvangt auto-

matisch die erfenis, dat heil. De Heilige Geest moet het je wel toeëigenen. Hij

moet het wel uit Christus nemen en het jou geven (Joh 16:14). En de Heilige

Geest moet er je hart wèl voor openen. Het geloof wèl in je werken. Het geloof

is wèl een gave van Hèm (Ef 2:8 / Fil 1:29). De Heere Jezus Christus verwierf

het heil voor de zijnen. En de Heilige Geest eigent het hun toe. "

 

In artikel 24 van de NGB belijden we dat wedergeboorte niet op het geloof volgt

als een volgend trajekt, maar dat het geloof zelf de wortel is waar de goede

werken voordurend uit voortkomen. Evenzo bedoelen de DL (hoofdstuk III/IV, ar-

tikel 9-14) niet, dat de Heilige Geest ons eerst de wedergeboorte geeft en daar-

na het geloof, maar de Geest wederbaart ons door ons hart te openen voor het

Woord van God. Wedergeboorte, geloof en bekering liggen niet in elkaar verleng-

de, maar ze zijn de verschillende aspecten van de ene en totale vernieuwing die

God in ons leven bewerkt. Belangrijk hierbij zijn Rom 10:14,15,17 / 1Cor 4:15b /

1Pet 1:22,23 / Jak 1:18.

 

Zijn de kinderen van de gelovigen kinderen in het verbond of kinderen door het

geloof? Het is Gods uitdrukkelijke toezegging aan Abraham en zijn zaad, waardoor

ook onze kinderen in Christus geheiligd zijn. Dus de kinderen van de gelovigen

zijn kinderen in het verbond. Nooit kan of mag onze heilszekerheid rusten op de

daad van ons geloof. Het kind van God zijn als bondeling betekent niet dat je

niets meer overkomen kan. Lees hierbij Matth 8:5-13. Ook de apostel Johannes

dringt zijn lezers er op aan gehoorzaam te zijn, in het geloof te stáán en uit

het geloof te léven: 1Johannes! Heel sterk dringt hij er op aan dat zij zich

door de Geest te laten beheersen (Joh 4:2).

 

Ds. J. M. Goedhart schreef in de Gereformeerde Kerkbode (voor Groningen, Fries-

land en Drente, 25-08-90): "Het beangstigt ons als we onder ons horen dat ieder

maar moet doen wat hem goeddunkt. Dat je er geen vinger bij mag leggen en er

geen kritiek op mag hebben, dat de een zus leeft en de ander zo en jij weer an-

ders (wat de zondagsheiliging betreft bijvoorbeeld), dat dat ieders vrijheid

is."

 

In "Radix" van oktober 1990 refereert ds. J. H. Velema (CGK) in een artikel on-

der de titel "Christelijke Gereformeerde herinneringen aan Schilder" aan de drie

samensprekingen die in de eerste ronde gehouden zijn vóór de synode van Kampen

1951. Hij schrijft: "Het gebod tot eenheid woog Schilder zwaar en daar hamerde

hij telkens op. Op de christelijke gereformeerde vraag waarom men zich in 1944

niet had aangemeld bij de Christelijke Gereformeerde Kerken antwoordde Schilder

o.a.: We werden in '44 geplaatst in de gemeenschap waarin we toen leefden, voor

eisen die we om Godswil niet mochten inwilligen. Toen hebben we eenvoudig ons

kerkelijk leven voortgezet. We zouden het nederlandse volk schade hebben gedaan,

als wij, de eerste geschorsten, ons in Kampen hadden aangemeld bij de Chr. Ge-

ref. Kerken, nog afgezien van de vraag, of die kerk ons met onze confessie zou

hebben aanvaard. Men wilde toen de uitgeworpenen localiseren. Door bij u aan te

bellen zouden wij in een valse positie zijn gekomen. Of de kerken, die er toen

waren, goed waren, dat is een andere kwestie; daar denkt u anders over dan wij.

Maar wij zeiden: in elke bestaande gemeenschap moet iedereen proberen de oude

kerken weer te vergaderen. We moesten eerst in 1944 weer bij elkaar halen wat

verstrooid en uit elkaar gejaagd was. Dat kunt u ons niet verwijten. Onze eerste

synode heeft dadelijk gezegd: we moeten de eenheid zoeken. Hadden we niet eerst

onze roeping gevolgd door bij elkaar te halen wat verstrooid was, dan zouden we

een klein groepje zijn gebleven en nooit tot 94.000 zielen zijn gekomen"

 

Als GKN beleiden we in Artikel 28 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis dat de

ware kerk herkenbaar is aan het zuiver gebruik van Woord, sacramenten en tucht.

Gods Woord roept op tot eenheid van kerken die deze drie kenmerken hebben (Ef

4:3-6). Zo mag er in elke plaats maar één ware kerk aanwijsbaar zijn. Want de

kerk is zichtbaar (Op 1:20). Ieder die zó de kerk ziet, wordt bewaard voor ker-

kisme. Kerkistisch is hij, die zijn kerk gaat verheffen tot een aardse groot-

heid, waarvan hij geen kwaad wil horen. Elke kerk, die ware kerk wil zijn, moet

voortdurend strijden om ware kerk te blijven.

 

Ds. C. G. Bos merkt op: "We moeten het eens zijn, eens worden over de grondslag

van het kerkelijk samenleven. De binding aan de belijdenis moet niet maar 'onbe-

krompen en ondubbelzinnig' zijn. Dat is veel te rekbaar! Ik acht dat het onder-

tekeningsformulier voor ambtsdragers, zoals het vanaf de reformatietijd is ge-

steld, ongerept gehandhaafd moet worden. Het laat alle nodige kerkelijke ruimte

voor eventuele bezwaren. Ook de binding aan een gereformeerde kerkorde moet ro-

yaal zijn. Maar op die basis moet ons hart uitgaan naar allen, die met ons op

die grondslag begeren te leven.

 

Ds. H. J. J. Feenstra in 'Woord en Kerk', het kerkblad van de Gereformeerde Kerk

te Berkel twee artikelen (28 nov en 12 december 1992). Daarin schrijf hij onder

andere: "De vereniging van 1892 geschiedde op de kerkelijk verantwoorde basis

van de Schrift en de belijdenis."

 

In "de Wekker" van 2 september 1994 schrijft prof. van 't Spijker over '1944'

onder andere: "... de eerlijkheid gebiedt, om te zeggen dat wij vreemd zouden

hebben opgekeken wanneer de vrijgemaakten massaal zouden zijn overgekomen. Maar

dat deden ze niet."

 

Van ds. K. Harmannij verscheen in mei 1997 een boekje met als titel 'Jezus leed

wat wij nu lijden'. Daarin blijft van de eeuwige toorn van God tegen onze zonden

en van de eeuwige straf van God niets over omdat bij hem niet overblijft van het

bijbelse begrip 'eeuwige'. De schrijver stelt dat de Here Jezus "niet alleen aan

de mensen gelijk (werd) in zijn persoon, maar ook in zijn lijden".

 

De kerkenraad van Den Ham heeft uitgesproken dat ds. K. Harmannij zijn omstre-

den boek moet terugnemen en publiek herroepen. Ds. Harmannij belooft zijn leer

niet te zullen uitdragen. Het is wel de vraag hoe dat mogelijk is, daar het

zo'n centrale geloofszaak betreft.

 

In "Reformanda" van 29 maart 2000 schrijft dr. P. van Gurp: "Het is mijn over-

tuiging dat we over en weer niet de eis moeten stellen dat we over de gang van

de kerkgeschiedenis gelijk moeten denken. Ten aanzien van de Christelijke Gere-

formeerden hebben we als Gereformeerde kerken nooit de eis gesteld dat deze ach-

teraf zouden moeten erkennen dat zij toch in 1892 wel met de Vereniging hadden

moeten meegaan."

 

Over eenheid tussen plaatselijke kerken schrijft dr. P. Gurp in "Reformanda" van

10 mei 2000: "Wanneer een synode besluit dat er geen Schriftuurlijke basis is

voor samensprekingen, geld dat uiteraard niet alleen maar een college van depu-

taten, maar dan is dat een zaak voor àlle kerken. Als er landelijk geen gemeen-

schap mogelijk is, is het plaatselijk ook niet mogelijk. Een scheefgroei in het

ernst maken met wat de Schrift zegt, een verwaarlozen van de ernst van het kerk-

verband en de verantwoordelijkheid voor wat in een kerkverband besloten en toe-

gelaten wordt. We zien, helaas, dezelfde trend binnen de Gereformeerde Kerken

steeds sterker worden".

 

"De Reformatie" publiceerde een interview dat ds. K. de Vries had met prof. dr.

H. M. Yoo, hoogleraar aan het theologisch seminarie van onze zusterkerken in

Korea. Prof. Yoo zegt onder andere: "Mijn grootste zorg ten aanzien van de ont-

wikkelingen in de Gereformeerde Kerken betreft namelijk de preek... Wat ont-

breekt aan de huidige manier van preken is een exegetische basis. Dat vindt men

ouderwets. De preek is geen mooi verhaal dat aansluit bij mensen. Het is een ge-

nademiddel. Je moet de preek dus niet laten bepalen door toehoorders." "De mens

is zondaar. Hij wil naar de mond gesproken worden zodat zijn luiheid wordt ont-

zien en toegedekt. Maar een zondaar moet als zondaar worden aangesproken om te

leren van van genade te leven. Dat lukt niet met een mooi verhaal. De preek is

echt een genademiddel."

 

In het jaarboekje van 1998 concludeert dr. W. G. de Vries dat 'de principiële

schriftuurlijke lijn van de Vrijmaking, zoals door prof. Greijdanus uiteengezet,

steeds meer wordt verlaten en vervangen door een interkerkelijkheidsstreven dat

veld wint'.

 

 

Slot

====

 

Synodebesluit

-------------

 

De laatste synodes hebben plaatselijke kerken gemachtigd tot de praktisering van

de plaatselijke kerkelijke eenheid over te gaan, volgens de door haar vastge-

stelde regels. Die regels houden geen rekening met wat Schrift en belijdenis ons

leren inzake de vraag wanneer een kerk 'ware kerk' genoemd mag worden.

 

 

Schrift en belijdenis

---------------------

 

Volgens de Nederlandse Geloofsbelijdenis artikel 29 worden de kenmerken van de

ware kerk samengevat als volgt:

 

   'Kortom, dat men zich richt naar het zuivere Woord van God, alles wat daar-

   mee in strijd is verwerpt en Jezus Christus erkent als het enige Hoofd'.

 

Een plaatselijke kerk is binnen haar eigen kerkverband mee verantwoordelijk

voor het tolereren van dwalingen. Maar wanneer zij niet voldoet aan dit ken-

merk van het VERWERPEN van alles wat in strijd is met het Woord van God kan

zij niet als ware kerk erkend worden.

 

De belijdenis spreekt hierin Gods Woord na:

 

1. De Here beveelt zijn kerk om een ketters mens af te wijzen na hem één en an-

   dermaal vermaand te hebben, Titus 3:10. Dat gaat dus over iemand, die een

   leer aanhangt welke in strijd is met de leer en de belijdenis van de kerk.

2. Ook beveelt de Here zijn kerk geen gemeenschap te hebben aan zonden van an-

   deren, 1 Tim. 5:22. Dat is de grond voor de waarschuwing 'niemand overijld

   de handen op te leggen', dat is zijn ambt te erkennen. Want dat betekent mee

   verantwoordelijk te zijn voor zijn afdwalingen van Schrift en belijdenis.

3. Verder zegt de Here dat we de meerderheid niet mogen volgen in het kwade en

   in een rechtsgeding geen getuigenis mogen afleggen met de meerderheid mee,

   Ex. 23:2.

 

Deze schriftplaatsen laten duidelijk zien dat het deelhebben van een kerk aan

een kerkverband inhoudt de medeverantwoordelijkheid voor het ingaan tegen Gods

Woord door dat kerkverband.

 

We passen dat toe op het kerkverband van zowel de Christelijke Gereformeerde

kerken als van de Nederlands Gereformeerde kerken. Bij beide is het duidelijk

dat de zonde van Schriftkritiek wordt getolereerd:

 

1. Wat de Christelijke Gereformeerde kerken betreft: al sinds de Generale synode

   van Arnhem - 1981 is er bij deze kerken op aangedrongen de Schriftkritiek

   niet langer te tolereren maar duidelijk af te wijzen. Maar nog steeds hebben

   deze kerken aan die oproep geen gehoor gegeven. Integendeel, de Schriftkri-

   tiek wordt nog steeds getolereerd. Verder wordt er gespeeld met de belijdenis

   dat het de Here Jezus Christus Zelf is Die zijn gemeente vergadert: de perfo-

   ratie van de gemeentegrenzen blijft officieel gehandhaafd, waardoor kerkleden

   zelf naar eigen persoonlijke voorkeur uitkiezen van welke plaatselijke kerk

   zij lid zullen zijn.

 

2. Wat de Nederlands Gereformeerde kerken betreft: naast de Schriftkritiek zijn

   er verschillende andere dwalingen, die niet door het kerkverband duidelijk

   worden afgewezen.

 

Het gaat tegen Gods Woord en tegen de gereformeerde belijdenis in om een plaat-

selijke kerk als ware kerk te erkennen zolang deze niet heeft verworpen wat bin-

nen het kerkverband waartoe zij behoort, niet is volgens de regel van Gods Woord

en zich daarvan niet heeft vrijgemaakt. Dat geldt zowel de Christelijke Gerefor-

meerde kerken als de Nederlands Gereformeerde kerken.

 

 

Kerkrecht

---------

 

Het aangaan van de gemeenschap van Woord en sacrament is niet anders dan ambts-

erkenning. Daarover hebben de Gereformeerde Kerken in het verleden duidelijk

uitgesproken dat de ambtserkenning van plaatselijke kerken alleen maar rechtens

kan gebeuren wanneer de kerkverbanden, waartoe de plaatselijke kerken behoren,

elkaar erkend hebben als ware kerken. We noemen de besluiten van de kerken uit

1869 en 1891.

 

1. 'Er zal, wanneer de Vereeniging wordt getroffen, eene wederzijdsche erkenning

   van Leeraars en Gemeenten plaats vinden'. (Zie: Handelingen van de Synode

   van de Christelijke Afgescheiden Gereformeerde Kerk gehouden te Middelburg

   1869, pag. 17). Duidelijk is daaruit dat erkenning van ambten plaats vond

   NA de vereniging van beide kerkverbanden.

2. De christelijke gereformeerde synode van 1891 stelde als één van de voor-

   waarden voor de vereniging dat de verenigde kerken "over en weer elkanders

   lidmaten, leeraren, kandidaten, ambten, attesten en tucht erkennen en voor

   wettig houden". (zie: Handelingen van de Synode van de Christelijke Gerefor-

   meerde Kerk, gehouden te Leeuwarden 1891, pag. 103). De synode van de

   dolerende kerken aanvaardde deze voorwaarde, maar voegde er wel een zin bij

   door het volgende uit te spreken: "over en weer elkanders lidmaten, leeraren,

   kandidaten, ambten, attesten en tucht te erkennen en voor wettig te houden

   -altoos met dien verstande, dat, ter beoordeling van de meerdere vergaderin-

   gen, gehandeld zij volgens de Dordtsche K.O.". (zie: Acta der derde voorlo-

   pige synode van Nederduitsche Gereformeerde Kerken, gehouden te 's-Gravenhage

   in 1891, pag. 82). Open en volledige wederzijdse erkenning vond dus plaats

   OP HET MOMENT van de vereniging van beide kerkverbanden.

 

Het is dus in strijd met de kerkelijke uitspraken (uit 1869 en 1891) wanneer

plaatselijke kerken overgaan tot ambtserkenning VOORDAT de kerkverbanden tot

kerkelijke eenheid gekomen zijn (zie hierbij artikel 33 K.O.).

 

 

Roeping

-------

 

Derhalve ligt er voor de kerkenraden de roeping in de kerkelijke weg de Generale

Synode Zuidhorn - 2002 te verzoeken op grond van Schrift en kerkorde de beslui-

ten van de Generale Synode Leusden - 1999 inzake de samensprekingen en de kerke-

lijke eenheid (Acta artikel 86) te herroepen, en in plaats van deze besluiten

nieuwe richtlijnen op te stellen voor samensprekingen waarin bepaald wordt dat:

 

a. de erkenning als ware kerk afhankelijk gesteld wordt van een besluit van de

   betrokken kerk om zich vrij te maken van alles wat in haar eigen kerkverband

   in strijd is met het Woord van God;

 

b. de ambtserkenning, welke uitkomt in de gemeenschap van Woord en sacrament,

   uitgesteld wordt totdat de kerkverbanden verenigd zijn.

 

 

Conclusie

---------

 

Erkenning van een plaatselijke CGK- of NGK-kerk is mogelijk:

 

1. zodra binnen het kerkverband waartoe die plaatselijke kerk behoort ALLES

   wordt VERWORPEN wat met het zuivere Woord van God in strijd is;

 

2. zodra die plaatselijke gemeente zich losmaakt uit het kerkverband nadat ze in

   de kerkelijke weg binnen haar kerkverband de oproep deed horen om alle dwa-

   lingen te verwerpen, en naar deze oproep niet gehoord werd.

 

Omdat zowel binnen de CGK als binnen de NGK velen kunnen zijn die we herkennen

als broeders en zusters, is zorg om en meeleven met zowel de CGK als de NGK op

z'n plaats. Maar ook de oproep tot reformatie, plaatselijk of landelijk. Alleen

na reformatie kan het komen tot kerkelijke eenheid, tot kerkvergadering in een-

heid van het ware geloof!

 

 

Literatuur

==========

 

Werken

------

       1956: K. Dijk

             'Bevinding'

             F. W. Grosheide, G. P. van Itterzon, J. Overduin

             Christelijke Encyclopedie

       1956: J. van Genderen

             'Christelijke Gereformeerde Gemeenten'

             F. W. Grosheide, G. P. van Itterzon, J. Overduin

             Christelijke Encyclopedie

       1956: J. van Genderen

             'Christelijke Gereformeerde Gemeenten in Nederland'

             F. W. Grosheide, G. P. van Itterzon, J. Overduin

             Christelijke Encyclopedie

       1956: J. van Genderen

             'Christelijke Gereformeerde Kerken'

             F. W. Grosheide, G. P. van Itterzon, J. Overduin

             Christelijke Encyclopedie

       1956: H. Rijksen

             'Gereformeerde Gemeenten'

             F. W. Grosheide, G. P. van Itterzon, J. Overduin

             Christelijke Encyclopedie

       1972: M. K. Drost, A. Kooy en C. J. Smelik

             De Weg; kerkgeschiedenis

       1979: H. R. Munneke

             'Kerkgeschiedenis in grote lijnen'

       1982: Het Woord laten staan; een oproep tot keuze,

       1987: Contact met de Christelijke Gereformeerde Kerken

             In duplo; De generale synode van Spakenburg-Noord 1987

       1987: Zaak 'Grootegast'

             In duplo; De generale synode van Spakenburg-Noord 1987

       1989: H. R. van de Kamp

             'Nederlandse Kerkgeschiedenis vanaf de Reformatie'

       1990: Acta van de Generale Synode van de Gereformeerde Kerken in

              Nederland Leeuwarden

       1990: H. J. D. Smit

             'Gehoorzamen: Achter Christus aan!'

             J. Douma, C. Trimp, K. Veling

             'K. Schilder, Aspecten van zijn werk'

       1990: C. Trimp,

             'Belijnde bevinding', 'De betekenis van Schilders bijdrage'

             J. Douma, C. Trimp, K. Veling

             'K. Schilder, Aspecten van zijn werk'

 

 

Artikelen

---------

 

DIVERSEN

 

23 mei 1990: H. Hoksbergen

             'Kerkelijke eenheid'

             Nederlands Dagblad Variant

 6 jul 1990: A. M. Stobbelaar-de Gier

             'Pella en Grand Rapids'

             De Schakel

15 sep 1990: H. Hoksbergen

             'Kerkelijke eenheid'

             Calvinistisch jongerenblad

16 sep 2000  C. G. den Hertog en A. de Snoo

             'Meer samenwerking tussen 'Kampen' en 'Apeldoorn'

             De Reformatie

 

 

GEREFORMEERDE KERKBODE

 

 9 feb 1985: P. van Gurp

             'Kerk of club'

14 dec 1985: H. J. de Vries

             'Christ. Geref. Professor over kerkelijke nood en kerkvraag'

11 jan 1986: W. van 't Spijker

             'Evangelisch of modernistisch gereformeerd is onjuist dilemna'

25 jan 1986: H. J. de Vries

             'Chr. Geref. over Gereformeerde Bond en over kerkorde'

 3 mei 1986: P. van Gurp

             'Waarheid en eenheid (1)'

10 mei 1986: P. van Gurp

             'Waarheid en eenheid (2)'

13 sep 1986: P. van Gurp

             'Waarheid en eenheid: de koninklijke weg'

18 apr 1987: J. M. Goedhart

             'De Generale Synoden sinds de vrijmaking (II)'

 9 mei 1987: Tj. Boersma

             'Kerkelijke en geestelijke eenheid'

10 okt 1987: J. M. Goedhart

             'De synode geschetst (XII)'

31 okt 1987: Tj. Boersma

             'Samenspreking met Chr. Geref. Kerken'

12 dec 1987: J. M. Goedhart

             'De synode geschetst (XV)

19 dec 1987: J. M. Goedhart

             'Oud en nieuw'

30 apr 1988: J. M. Goedhart

              'De Nederlands Gereformeerde Kerken en wij'

21 mei 1988: Tj. Boersma

             'Naar eenheid met de Nederlands Gereformeerden?'

 4 mrt 1989: N. N.

             Persverslag, Christlijk Gereformeerde deputaten / Gereformeerde

              deputaten

26 aug 1989: J. M. Goedhart

             'Tussen christelijke gereformeerden en gereformeerden'

25 nov 1989: J. M. Goedhart

              'Voortgaande contactoefening?'

 

 2 dec 1989: J. M. Goedhart

              'Ja, voortgaande contactoefening'

17 mrt 1990: Tj. Boersma

             'Samenspreking met de Chr. Geref. Kerken'

30 jun 1990: P. Schelling

             'Brief uit Leeuwarden'

25 aug 1990: Tj. Boersma

             'Leeuwarden en de Christelijke Gereformeerde Kerken'

15 aug 1990: J. M. Goedhart

             'Gelijkgezind of eensgeestes'

 1 okt 1993: A. Kamer

             'Uit de Ommen-landen'

23 sep 1994: Tj. Boersma

             'Om het juk van Christus'

27 jan 1995: Tj. Boersma

             'Het Schriftgezag in de samensprekingen met de Christelijke

              Gereformeerde Kerken'

 

 

REFORMANDA

 

24 mei 1995: P. van Gurp

             'De kerk vandaag - praktijk'

16 aug 1995: P. van Gurp

             'Federatie of eenheid: samenwonen of trouwen? (slot)'

 4 okt 1995: P. van Gurp

             'Schriftkritiek binnen de Nederlands Gereformeerde Kerken'

11 okt 1995: J. M. Goedhart

             'Loonstra en Oosterhoff'

13 mrt 1996: P. van Gurp

             'Gesprek met de Christelijke Gereformeerde Kerken'

10 apr 1996: P. van Gurp

             'Schriftkritiek bij de Christelijke Gereformeerden'

 1 mei 1996: P. van Gurp

             'Schriftkritiek bij de Christelijke Gereformeerden (4)'

 8 mei 1996: P. van Gurp

             'Schriftkritiek bij de Christelijke Gereformeerden (slot)'

15 mei 1996: J. M. Goedhart

             'Een interview'

19 jun 1996: A. Boersma

             'Verkenning NG-kerken geeft duidelijkheid'

30 okt 1996: J. M. Goedhart

             'Prof. dr. J. W. Maris over 'Assen-1926' (II, slot)'

15 jan 1997: J. Groeneveld

             'Kerkelijk jaaroverzicht 1996 (I)'

22 jan 1997: J. Groeneveld

             'Kerkelijk jaaroverzicht 1996 (II)'

 2 apr 1997: C. J. Breen

             'Na vijftig jaar'

23 apr 1997: N. N.

             'Ware Kerk'

20 aug 1997: P. van Gurp

             'Om de eenheid van het ware geloof'

 4 feb 1998: J. M. Goedhart

             'Een schokkend geschrift 2'

11 feb 1998: J. M. Goedhart

             'Een schokkend geschrift (3)'

 6 mei 1998: P. van Gurp

             'Eeuwenoude bakens verzetten'

 3 jun 1998: P. van Gurp

             'Argumenten'

 

24 jun 1998: P. van Gurp

             '1926 en de Christelijke Gereformeerde kerken'

15 jul 1998: P. van Gurp

             'De zuiverheid van de leer bewaard'

 2 dec 1998: P. van Gurp

             'Geen samensprekingen meer met de Nederlands Gereformeerde Kerken'

13 jan 1999: J. Groeneveld

             'Kerkelijk jaaroverzicht 1998'

24 feb 1999  P. van Gurp

             'Kerkelijke eenheid (2)'

23 jun 1999  P. van Gurp

             'Synode 9'

 6 okt 1999  P. van Gurp

             'Dwalingen'

13 okt 1999  P. van Gurp

             'Kanselruil in Haarlem'

12 jan 2000: W. J. G. Basoski

             'Kerkelijk jaaroverzicht 1999'

19 jan 2000: W. J. G. Basoski

             'Kerkelijk jaaroverzicht 1999 (2)'

26 jan 2000: P. van Gurp

             'Onbevangen exegetiseren'

 2 feb 2000: P. van Gurp

             'De belijdenis en de kerk - De belijdenis van de kerk'

 9 feb 2000: P. van Gurp

             'Het voornaamste in de dankbaarheid'

15 mrt 2000: P. van Gurp

             'Kinderen in de kerk'

29 mrt 2000: P. van Gurp

             'Voltooiing van de Afscheiding?'

10 mei 2000: P. van Gurp

             'Welke evangelisatie?'

16 aug 2000: P. van Gurp

             'Een beetje trouw aan de eed'

23 aug 2000: P. van Gurp

             'Waarschuwing uit Korea'

11 okt 2000: P. van Gurp

             'De schriftuurlijke weg tot eenheid'

18 okt 2000: P. van Gurp

             'Samen op weg - welke weg?'

29 nov 2000: P. van Gurp

             'Om de bescherming van het kerkverband'