Aforismen

 

Dr. K. Schilder

 

 

“Hoevelen zijn er, die niet tot de uiteindelijke daad van een bepaalde zonde komen, omdat de gelegenheid ontbreekt, en nergens anders om?”

 

 

“Wie uit de wereld trekt, gaat van de hoofdweg af, omdat de conflicten daar zo lastig zijn.”

 

 

“Praat met iedereen, die God u geeft te ontmoeten, praat geduldig, indringend, maar spreek in elk geval het evangelie, de waarheid.”

 

 

“Wie slechts heeft geleerd, te vluchten naar elk hoekje, waar de wereld hem ongemoeid laat, die heeft geen standplaats meer, als heel de wereld strijdperk wordt in de worsteling tegen de Christus.”

 

 

“Ik zie in cultuur het in ontplooiing brengen van wat God geschapen heeft, zó, dat het werk de Meester prijst.”

 

 

“Het christendom zou geen christendom zijn, en het evangelie geen evangelie, en de openbaring geen openbaring, indien ze zich niet schiepen een eigen taal.”

 

 

“Wie ziek is, moet niet op de ziekte verliefd worden, noch op het medicijn.”

 

 

“In de strijdt tussen Babel (de cultuur in zonde) en Jeruzalem (de religie der genade) geldt de onverbiddelijke wet, dat wie met Satan lacht, straks zonder Satan weent.”

 

 

“De zonde in de cultuur van Babel – dat is, wat God tegenstaat. Die zonde wordt uit Babels cultuur weggebrand. Maar de cultuur in Babels zonde – daar is God niet afkerig van.”

 

 

“Wij zullen ter wille van de cultuur in de zonde niet het oog dicht doen voor de zonde in de cultuur.”

 

 

“Politiek en kerk, dat zijn toch twee? Jazeker, dat zijn ze ook. Maar het leven is één.”

 

 

Fundamentele tegenstellingen, die op het ene terrein dwingend zijn, zijn het óók op het andere.”

 

“Wie ons volk van Schrift en belijdenis afvoert, zal voor het politieke leven op den duur de mensen kwijtraken.”

 

 

“Als het over zaken van principiële aard gaat, zal de liefde voor de vrede de strijdt voor de waarheid niet in de weg staan.”

 

 

“Wij willen nooit profiteren van het recht van de sterkst. Die hééft geen recht. Er is alleen maar een recht van God.”

 

 

“Sommige mensen worden pas huiverig, als de polemische toon scherp wordt. Ik wordt het als de zaak vertroebelt wordt, ook al is de toon aeolisch.”

 

 

“De broederlijke toon moet geen waarheden verzwijgen, die de rechtvaardigheid gebiedt te spreken.”

 

 

“Afwezigheid van ondeugd is geen deugd.”

 

 

“Wee de kerk, die niet meer leeft uit het Woord: Uw Maker is uw Man….”

 

 

“De kerk, die waarlijk ‘moeder’is, baart door het Woord. Waar dus het Woord zijn volle plaats herkrijgt, daar past het beeld der kerk als ‘moeder’ ”